Van Nederveen volgt Van Engelshoven op als KIvI-praeses Debat benadrukt behoefte aan ingenieurs (nr 6, 8 april 1998)

boudewijnvannederveen

 

Van Nederveen volgt Van Engelshoven op als KIvI-praeses

 

Debat benadrukt behoefte aan ingenieurs

 

Na zes jaar heeft ir. Huub van Engelshoven de voorzittershamer van het KIvI overgedragen aan ir. Boudewijn van Nederveen. Het Koninklijk Instituut van Ingenieurs timmert meer dan vroeger aan de weg in het debat over actuele vraagstukken die te maken hebben met techniek – Schiphol, het broeikaseffect. ‘Maar het moet en kan nog veel beter’, meent Van Engelshoven. Van Nederveen pakt het estafettestokje over: ‘Als we technische oplossingen goed onder de aandacht brengen, zijn vanzelf meer ingenieurs nodig.’

 

Erwin van den Brink

De auteur is hoofdredacteur van De Ingenieur

 

In de boekenkast staan boeken zoals De Avonden van Gerard Reve en Money, whence it came, where it went van John Kenneth Galbraith. ‘Dat is echt uit mijn tijd’, zegt ir. Boudewijn van Nederveen, sinds 1 april president van het KIvI. Met ‘mijn tijd’ doelt hij op de tijd dat hij als jong ingenieur, eind jaren vijftig, zijn eerste schreden zette op zijn carrièrepad.

De Avonden schetst een pessimistisch tijdsbeeld, van uitzichtloosheid, stagnatie, van de jaren veertig, een ongeloof in wederopbouw en vooruitgang, terwijl Galbraith – later adviseur van John F. Kennedy – voor de generatie van Van Nederveen juist een exponent was van een ongebreideld, typisch Amerikaans, optimisme in de veranderbaarheid van de samenleving. ’De VS waren voor mij een totaal andere wereld’, vertelt Van Nederveen. Hij ervoer dat aan den lijve toen hij daar direct na de afronding van zijn opleiding tot natuurkundig ingenieur in Delft een jaar lang aan de University of Wisconsin voor chemical engineer studeerde. Daarna werkte hij voor AKZO veel in het buitenland.

‘Toen ik naar de VS ging, reisde ik nog per schip. Het vliegtuig nemen was doodeenvoudig te duur. Toen ik daar woonde en werkte heb ik een jaar lang niet naar huis gebeld. Nu pak je een zaktelefoon en je belt naar waar ook ter wereld. Brieven schreef ik wel naar huis, brieven bij de vleet. Op een gegeven moment kon ik mij in de VS veroorloven een auto aan te schaffen. Dat was ongekend. Ik geloof dat mijn vader in Nederland nog maar net zijn eerste auto had. Eenmaal terug in Nederland ging ik weer op de fiets naar mijn werk.’

‘Waar ik woonde daar las ik een lokale krant. De meeste Amerikanen lezen een plaatselijke krant. Die geeft je een heel goed beeld van hoe een samenleving in elkaar zit. Als ik later sollicitanten ontving die ook in het buitenland hadden gewerkt, dan vroeg ik altijd of ze daar een plaatselijke krant hadden gelezen. Dat vond ik altijd een hele goede test voor het meten van iemands algemene belangstelling.’

‘Na mijn afstuderen werd ik lid van het KIvI om vakgenoten te kunnen ontmoeten. Je wilde echt dingen horen over je eigen vakgebied.’ De nieuwe KIvI-president was lange tijd actief binnen de afdeling voor Chemische Techniek, onder meer als bestuurslid. ‘In de toekomst zal het lidmaatschap denk ik steeds belangrijker worden om mensen te ontmoeten uit andere vakgebieden omdat de noodzaak toeneemt dat ingenieurs hun kennis juist verbreden.’

Van Nederveen is een typisch KIvI-lid. ‘Ik moet namelijk bekennen dat ik jarenlang geen lid ben geweest.’ Zoals vaak het geval is werd ook hij op een gegeven moment geroepen tot een leidinggevende functie. ‘In die tijd – eind jaren zestig en jaren zeventig – ontstonden binnen het KIvI geheel in de geest van die tijd tamelijk langdradige discussies.’ Van Nederveen had geen tijd om dat allemaal te volgen. ‘Toen heb ik er een punt achter gezet.’

Maar na langere tijd in managementfuncties ontwikkelde zich een bredere belangstelling. Die bredere belangstelling en ervaring wilde hij op een gegeven moment graag maatschappelijk productief maken. Van 1985 tot 1995 zat hij in het dagelijks bestuur van de aan het KIvI gelieerde Stichting Toekomstbeeld der Techniek. ‘Dat was heel interessant. Je hoefde maar enkele keren per jaar te vergaderen en dan werd echt samen nagedacht op een hele creatieve en productieve manier.’

Over de koers die het KIvI moet gaan varen heeft Van Nederveen nog geen uitgesproken oordeel. ‘Wat me aanspreekt is het idee dat het instituut ‘meer smoel’ moet krijgen.‘ In deze tijd lijken maatschappelijke organisaties hun bestaansrecht te ontlenen aan het mediageweld dat zij slagen te ontketenen. ‘Maar media-aandacht moet geen doel op zichzelf worden.’

Niet-technici domineren het debat in de media over kwesties zoals de groei van Schiphol tegen de milieugrenzen aan. Hun lobbyisten wonen zo’n beetje in Nieuwspoort en liggen voor de deur van Het Torentje. ‘Wij zijn niet zoals VNO een belangenorganisatie met een heel duidelijk gedefinieerd doel dat ook politieke lading heeft: het opkomen voor het vrije ondernemersschap.’ VNO schuurt daarmee heel duidelijk aan tegen het liberalisme en vindt daarmee in het politieke circuit ook duidelijke mee- en tegenstanders. Het KIvI behartigt de belangen van individuele leden van diverse politieke pluimage die samen een beroepsgroep vormen. ‘Wij moeten niet politiek positie kiezen, maar aandacht vragen voor de technische mogelijkheden die niet-technici niet kennen; daardoor praat men elkaar vaak alleen maar na over de on-mogelijkheden. In een discussie over de milieugrenzen van Schiphol kunnen ingenieurs zonder direct politiek stelling te nemen aangeven wat nu en in de toekomst technisch mogelijk is om die milieubelasting te verminderen.’

Dat kan leiden tot bijsturing van de besluitvorming in de zin van meer vliegbewegingen bij gelijkblijvende milieubelasting of tot minder milieubelasting als het aantal starts en landingen niet toeneemt, dan wel een mix van beide. In alle drie de gevallen leidt dat echter tot meer vraag naar ingenieurs. ‘Als het KIvI er in slaagt om goed over het voetlicht te brengen welke technische oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken denkbaar zijn, dan leidt dat er vervolgens toe dat ingenieurs nodig zijn om die oplossingen te ontwikkelen, toepasbaar te maken.’ Als het instituut dat oorzakelijke verband duidelijk weet uit te leggen aan zijn achterban, ‘dan maken we de waarde van het lidmaatschap echt zichtbaar.’ En dan is tenminste geen sprake van media-aandacht als doel op zichzelf maar is die een middel.

‘Het Schiphol-advies van het KIvI beschouw ik als een uitstekend geslaagd voorbeeld dat regelmatig vervolg verdient. Er moeten meer van dit soort ad hoc-werkgroepen komen waar leden uit verschillende afdelingen vanuit de techniek oplossingen aandragen voor een actueel maatschappelijk vraagstuk.’

 

KADER

Ir. Boudewijn Van Nederveen (62) werd geboren in Voorburg en doorliep het Grotius Gymnasium in Delft. Behalve in Delft (technische natuurkunde) en in Wisconsin (VS) studeerde hij ook aan de Erasmus Universiteit (propaedeuse economie) en deed een cursus aan de Harvard Business School. Na 23 jaar bij AKZO te hebben gewerkt vertrok hij in 1982 naar Hoechst Holland waar hij vanaf 1984 tot zijn pensioen in 1996 voorzitter van de raad van bestuur was.

Van 1991 tot 1995 was Boudewijn van Nederveen vice-voorzitter van de VNCI. Verder zat hij onder meer in de ledenraad van de VPRO (van 1968 tot 1974). Momenteel is hij voorzitter van het bestuur van het Universiteitsfonds Delft en zit hij in de Begeleidingscommissie Mainportontwikkeling Rotterdam, de zogenoemde Commissie Hermans.

 

 

 

KIvI mengt zich steeds vaker in maatschappelijke discussies

 

‘Het is lastig om binnen het KIvI te bereiken wat je zou willen bereiken’, zegt ir. Huub van Engelshoven die op 1 april afscheid nam als president van het KIvI. ‘Het is in elk geval ingewikkelder dan in het gewone bedrijfsleven. In een bedrijf wijzen alle neuzen dezelfde kant op. In een vereniging is – terecht – iedereen vaak een andere mening toegedaan. Er heerst ook een grotere vrijblijvendheid. Als ‘lid’ van Shell is het van belang dat ik meer opbreng dan dat ik kost aan salaris. Het lidmaatschap van het KIvI kost mij 235 gulden per jaar. Er is daarnaast geen dwang op mij om een bijdrage te leveren.’

Toch kijkt Van Engelshoven met voldoening terug op de zes jaar dat hij het instituut leidde. ‘We hebben vanuit de vereniging via De Ingenieur en via de commissie Energie Verkenningen van de KNAW een hele goede bijdrage geleverd aan het debat over het versterkte broeikaseffect; er is meer oog voor de onzekerheden in de modellen die een sterke opwarming van de atmosfeer voorspellen. We hebben er in 1994 voor gezorgd dat de vierjarige ingenieursopleiding weer een vijfjarige werd. We zijn op het juiste moment de ingenieurs te hulp geschoten die ontslagen werden bij DAF en Fokker – ook de niet-leden! Mede dankzij onze aanbevelingen is nu aangetoond dat een tweede nationale luchthaven in zee niet nodig is omdat Schiphol binnen de milieugrenzen kan groeien als je maar de nodige technische maatregelen treft. Oktober vorig jaar liet het KIvI het rapport waarin wij waarschuwen voor uitholling van het vaktechnisch onderwijs

verschijnen – dat hebben wij besproken met staatssecretaris Netelenbos van Onderwijs. De vereniging moet zorgen dat de kwaliteit van de technische opleidingen op niveau blijft. Niet alleen die van de TU’s, maar ook het technisch HBO en het Voorbereidend Beroeps Onderwijs, het hele technische gebouw. De samenwerking met NIRIA staat goed op de rails ook al komt er voorlopig geen fusie – daarvoor moeten de verenigingen gewoon de tijd nemen. Samen met NIRIA en de Koninklijke Landbouwkundige Vereniging hebben wij onze positie binnen de Europese federatie van ingenieursverenigingen versterkt. U zult mij dus niet horen treuren. Maar het kan en het moet allemaal nog veel beter. ’

‘Door vereniging moeten afgestudeerde ingenieurs kunnen concurreren met andere beroepsuitoefenaars. Daarom heb ik zo’n hekel aan het woord techneut. Dat is totale waanzin ten top gedreven.’ Ingenieurs zullen steeds meer worden geconfronteerd met de noodzaak hun kennis en vaardigheden te verbreden buiten het domein van de techniek. ‘Ze moeten kunnen meepraten. Daarom hebben wij afdelingen voor techniek en filosofie, techniek en maatschappij en techniek en economie.’

Dat waren ook de thema’s waarin Van Engelshoven zich graag roerde als KIvI-president. Hij is er de man niet naar om nu hij geen voorzitter meer is, met zijn handen over elkaar te gaan zitten. ‘Ik houd nog een aantal commisariaten en er is nog werk zat.’ We zullen dus nog van hem vernemen.