Tagarchief: octrooi

Drs. E.J.C. Ottevanger, directeur InnovatieCentrum Uitvindingen (1995 18)

EgbertOttevanger
Drs. E.J.C. Ottevanger: ‘Als je een uitvinding op een bepaalde datum wilt laten registreren, kun je even goed naar de belasting­registratie stappen; dat is een stuk goedkoper.’

OttevangerCombined (klik hier voor de PDF)

1995 18

INTERVIEW

 

WERKZAAMHEDEN ID-NL, INNOVATIECENTRUM VOOR UITVINDINGEN + MOGELIJKHEDEN VAN NIEUWE OCTROOIWET + PRAKTIJKCASE: POSITIONEREN VAN NIEUWE PAPERCLIP

 

Drs. E.J.C. Ottevanger, directeur InnovatieCentrum Uitvindingen

 

 

 

 

 

 

‘Octrooiwet maakt je blij met dooie mus’

 

‘De enige club die structureel voor kleine uitvinders aan het werk is, is ID-NL. En wij zijn de enige instantie die geen inzage heeft gekre­gen in het wetsontwerp voor de nieuwe Octrooiwet.’ Drs. E.J.C. Ottevanger, directeur van ID-NL, is duidelijk: ‘Een octrooi onder de nieuwe wet is in wezen een wassen neus.’

– Erwin van den Brink –

 

De auteur is redacteur van De Ingenieur.

 

 

‘Het is natuurlijk gemakkelijk om achteraf van de zijlijn een oordeel te geven’, relativeert drs. E.J.C. Ottevanger, directeur van het Specialistisch InnovatieCentrum voor Uitvindingen ID-NL, maar hij kan het toch niet nalaten de Omo Power-affaire aan te halen. Omdat deze zo goed illus­treert hoe uitvinders vaak voorbij gaan aan het feit dat de beoogde gebruikers moeten leren omgaan met hun uitvinding.

De concur­rentie wist dat de huidige wasgewoonten gelden als maatstaf, ook in tests: heet en inten­sief wassen. Het was dus eigenlijk een koud kunstje om Omo Power daarmee onderuit te halen als wasmiddel dat gaten ver­oorzaakt. Het nieuwe revolutionaire wasmiddel veronderstel­de immers een totaal andere manier van wassen – vooral veel kouder.

Geen fabrikant van stopcontacten zal zijn produkt voorzien van de waarschuwing dat wie zijn vingers erin steekt een schok kan krijgen. Dat weet immers iedereen. Fabrikanten van magnetronovens voorzien echter hun gebruiksaanwijzing van de medede­ling dat je er geen levende have in te drogen moet plaatsen; dit nadat een Amerikaanse dame haar hondje de geest zag geven toen zij het in de magnetron wilde laten drogen.

Alle nieuwe technologie heeft haar eigen acceptatieproces. Het onderkennen van mogelijk verkeerd gebruik van een uitvinding is een van de belangrijkste specialismen van ID-NL. Het centrum bestaat nu vijftien jaar. Ottevanger: ‘We zijn, als je ons be­schouwt als patentbroker, kennismakelaar tussen kleine particuliere uitvin­ders en bedrijven waar we licenties onderbrengen, inmiddels een van de grootste bureaus in de Wereld.’

 

Octrooiwet

ID-NL brengt niet alleen uitvindingen de markt op, maar doet ook het omgekeerde: voor bedrijven die een bepaald probleem niet krijgen opgelost, zoekt ID-NL de juiste uitvinder. Zo is de zogenoemde ‘gasblaas’ uitgevonden, een opblaasbare zak waarmee bij reparatie aan het aardgasnet een leiding gas­dicht kan worden afgesloten. Weliswaar bestond al zo’n blaas of afsluitballon, maar daar lekte altijd gas langs.

De kwestie is of de vervolmaking van zo’n systeem nu een uitvinding is of niet. Wat is uitvinden? Ge­beurt uitvinden methodisch of is het een kwestie van ‘plot­se­ling het licht zien’?

Ottevanger: ‘De halve wereld had al geprobeerd om een oplossing te vinden voor dat weglekken van gas, technologische instituten in binnen- en buitenland hebben daar hun tanden op stuk gebeten en het lukte ze dus niet. Wat je dan doet is een stap terugdoen en het probleem eerst in de breed­te bekijken. Je selecteert een aantal oplossingsrichtingen en daar kies je de meestbelovende uit. Daarlangs ga je in de diepte. In 90 % van de gevallen lossen we het probleem op. In de helft van de gevallen wordt octrooi aangevraagd. De overi­gen vragen vaak geen octrooi aan, omdat ze bang zijn daarmee al het geheim van de smid te verklappen.’

Ottevanger: ‘Er zijn ongeveer 100 000 geldige octrooien in Neder­land, waarvan 3 % eigendom is van Nederlandse be­drijven. Een octrooi loopt ongeveer tien jaar. Je praat over niet meer dan vierhonderd octrooien op jaarbasis, waarvan de helft van grote bedrij­ven en de andere helft van kleine particuliere uitvinders. Van die tweehonderd octrooien komen ongeveer twintig via ons tot

stand.’

Wordt dank zij ID-NL meer geoctrooieerd in Nederland dan voorheen?

‘Tegenwoordig vragen veel mensen geen Nederlands octrooi meer aan, maar een Europees octrooi. Voor een paar duizend gulden meer is je octrooi dan in veel meer landen geldig.’

‘De nieuwe Octrooiwet is gekomen omdat steeds minder Nederlandse octrooien werden ingediend. Die wet maakt je blij met een dooie mus als je geen verstand van zaken hebt. Wie onder het regime van de nieuwe wet zijn uitvinding laat registreren heeft daarmee nog geen beschermend octrooi. Pas als iemand anders de uitvinding gaat namaken, gaat de rechter het oc­trooi toetsen aan de hand van een nieuwheidsonderzoek. In wezen is het dus een wassen neus. De kreet die iedereen slaakt is: het is goedkoper voor de particuliere kleine uitvinder. De enige club die structureel voor kleine uitvinders aan het werk is, is ID-NL. En wij zijn de enige instantie die geen inzage heeft gekre­gen in het wetsontwerp. Sterker nog: bij het ministerie van Econo­mische Zaken wilden ze dat wij er naar keken, maar dat is ergens van hoger­hand verboden.’

‘Een octrooi zegt dus niets. Als je een uitvinding op een bepaalde datum wilt laten registreren, kun je even goed naar de belasting­registratie stappen. Dat is een stuk goedkoper.’

 

Voorlichting

Hoe had de nieuwe Octrooiwet er volgens ID-NL moeten uitzien?

Ottevanger: ‘Je had kunnen zeggen: vraag je octrooi maar aan in Europa. Als het dan wordt verleend, krijg je het automatisch ook in Nederland. Maar dat kon politiek niet, want elk land wil een duur octrooibureau in stand houden. Vroeger kostte een octrooi 7000…8000 gulden, met nieuwsheidsonderzoek erbij. Nu kost het je 5000 gulden, met nieuwheidsonderzoek misschien 6000 gulden. Ik heb nog nooit meegemaakt dat alleen in Nederland octrooi werd aangevraagd als een bedrijf echt is geïnte­resseerd in een uitvinding. Zelfs niet toen het om een bloembol­lenont­smettingsmachine ging.’

‘Maar enfin, die wet is er nu eenmaal. Waar het nu om gaat is dat de Neder­landse overheid met een heel goed voorlichtingsbeleid zorgt dat mensen begrijpen wat de mogelijkheden zijn (want die zijn er wel degelijk) en wat de onmogelijkheden.’

Wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden?

‘De onmogelijkheid is dat het gedeponeerde octrooi een niet-getoetst octrooi is. Bij gebrek aan goede voorlichting bestaat het gevaar dat mensen niet datgene hebben wat ze denken te hebben. De mogelijkheid van de wet is dat je bij het doen van een kleine uitvinding, een leuk nieuwigheidje, tóch een aardige stok hebt om de hond te slaan als je octrooi hebt laten deponeren. Je concurrent moet dan allemaal nog maar eens het tegendeel bewijzen. Als je slim werkt met de nieuwe wet, kun je er leuke dingen mee doen.’

‘Voor een nieuw soort paperclip, in het algemeen voor produkten met een korte levenscyclus, is het handig snel een octrooi te kunnen deponeren dat verder nog niet op nieuwheid is ge­toetst, zodat je snel de markt op kunt. Als het daarentegen gaat om een nieuw molecule waar tien jaar onderzoek in is geïnvesteerd, dan moet een octrooi aan alle kanten zijn ge­toetst, wil je de kennis goed kunnen beschermen.’

 

Positioneren

Ottevanger’s kritiek geldt niet alleen de voorlichting over de wet, maar ook de wet zelf: ‘Als je vroeger op een universi­teit werkte en je deed een uitvinding, dan was die uitvin­ding van jou. Onder de nieuwe wet is die uitvin­ding eigen­dom van de univer­siteit, tenzij anders geregeld in de arbeidsovereenkomst. De wetgever wil dat universiteiten meer hun kennis gaan ver­zil­veren. Het probleem is alleen dat universi­teiten niet de ervaring hebben om kennis te verkopen, dus die wetsbe­paling zal niet het effect hebben dat universiteiten opeens veel meer de ken­nismarkt opgaan. Het commercialiseren van uitvindin­gen is werk voor professionals. Anderzijds is de kans groot dat hoogleraren niet meer het vuur uit hun sloffen zullen lopen voor een octrooi als alles wat zij daarvoor als tegenprestatie mogen verwachten een bonus is van een paar duizend gulden.’

Dat is geen prikkel om bijvoorbeeld zoiets vanzelfsprekends als de paperclip te innoveren­. De huidige paperclip verbuigt snel, waardoor hij niet meer werkt. Redenerend vanuit die tekortkoming zijn tech­nologen op zoek gegaan naar een duurzamer paperclip. Ottevanger: ‘Het aardige is nu dat de technolo­gen het zagen als handel: het voorziet in een behoefte, ter­wijl de handels­mensen het vooral zagen als nieuwe technologie, want hij is moeilijker te fabri­ce­ren. Het is name­lijk een stukje zeer kritisch spuit­gietwerk met hoge maattole­ranties voor het minus­cule klikmecha­nisme. En er is zoals bij elk nieuw produkt een gebruiksdrem­pel: je moet even weten hoe je hem om een stapel­tje papier klikt.’

‘In het geval van de nieuwe paperclip hebben ze dat heel slim opgelost door hem te presenteren als een produkt dat iets hoogwaardiger is dan een paperclip, namelijk als papierklem in een ordner. Over de werking van een ordner ben je bereid iets meer na te denken als gebruiker. En de paperclip werd gepresenteerd als een hebbedingetje: je kunt er bedrijfs­logo’s op drukken bijvoorbeeld. Als hebbe­dingetje en papierklem in een ordner is hij minder beladen dan als paper­clip. Op den duur zullen mensen hem vanzelf als clip accepte­ren.’

Terug naar Omo Power: ‘Het is gevaarlijk als de producent zo verliefd wordt op zijn nieuwe produkt dat hij vergeet hoe diep gewoonten bij de consument zijn inge­sleten. ID-NL positioneert een nieuw produkt vaak eerst heel low profile in een niche. Zo had je Omo Power eerst kunnen positioneren als een heel bijzondere vlekkenverwijde­raar, iets wat ik gebruik voor een laatste poging op een overhemd dat eigenlijk al is verknald. Bij ge­bruik van dat soort middelen lezen mensen namelijk nog de instructie. Als zo’n shirt dan toch kapot gaat, is dat niet erg, want ik had het anders toch weggegooid. Wij hebben dat positi­oneren al doende geleerd, omdat we uitvindin­gen onderbrachten bij bedrijven die maar niet echt van de grond wilden komen. Als je gaat kijken waardoor dat nou komt, blijkt het vaak verkeerd gebruik te zijn.’

 

ID-NL Specialistisch InnovatieCentrum voor Uitvin­dingen, postbus 21280, 3001 AG Rotterdam, tel. (010) 413 63 33, fax (010) 412 12 82.

 

 

 

Juridische consequenties van Rijksoctrooiwet – Nieuwe wet vereenvoudigt octrooieren (1994 21)

quookermaxresdefault

 

1994 21

(Streamer)

PER 1 APRIL 1995 NIEUWE WET WAARSCHIJNLIJK VAN KRACHT + GOEDKOPER EN SNELLER VERKRIJGEN VAN OCTROOI + MEER GESCHILLEN VOOR RECHTER

 

(Bovenkop)

Juridische consequenties van Rijksoctrooiwet

 

(Kop)

Nieuwe wet vereenvoudigt octrooieren

 

(Intro)

Naar het zich nu laat aanzien wordt 1 april 1995 de nieuwe Rijksoctrooiwet van kracht, die het verkrijgen van octrooi sterk vereenvoudigt. De wet, begin 1994 door de Tweede Kamer aangenomen, schakelt de bescherming van de uitvindingen gelijk met die van overig intellectueel eigendom.

– Erwin van den Brink –

 

(Credit auteur)

De auteur is redacteur van De Ingenieur.

 

 

Een onderneming die er zeker van wil zijn dat zij haar toekomstige octrooien juridisch kan beschermen en ongestoord kan exploiteren, moet voordat zij met onderzoek begint zich eerst oriënteren in de octrooiliteratuur. Die geeft uitgebreide informatie over technologie die anderen ontwikkelen of hebben ontwikkeld. Zo voorkomt men nodeloos, want doublerend, onderzoek en een hoop financiële ellende doordat men inbreuk maakt op bestaande octrooien. Omgekeerd stelt een octrooi eigen investeringen veilig.

Een octrooi is een tijdelijk, exclusief, gebruiksrecht van een uitvinding. Zonder deze juridische bescherming tegen plagiaat zou het erg moeilijk worden om investeringen in onderzoek terug te verdienen. De namaker heeft immers geen ontwikkelingskosten gehad. Hij kan daardoor onder de kostprijs van de uitvinder produceren en een flink stuk van de markt wegkapen.

Een octrooi maakt de investering ook lonend omdat het verhandelbaar is als licentierecht. Bovendien stelt een eenmaal verleend octrooi de ondernemer vaak in staat investerings‑ en risicokapitaal aan te trekken.

Dank zij de juridische bescherming hoeven uitvindingen niet angstvallig geheim te worden gehouden. Elke geoctrooieerde uitvinding wordt dan ook openbaar, zodat iedereen er kennis van kan nemen. Octrooi‑informatie geeft daardoor een goed en volledig beeld van de stand der techniek waarmee elke innoverende ondernemer zich nodeloos onderzoekwerk en schadeclaims van derden kan besparen.

 

Inventief en toepasbaar

Per jaar worden over de hele Wereld ruim een miljoen octrooiaanvragen ingediend, die vrijwel allemaal na anderhalf jaar ter inzage liggen. In Nederland is al deze informatie te raadplegen in de bibliotheek van het Bureau voor de Industriële Eigendom (BIE) in Rijswijk, ressorterend onder het ministerie van EZ. Het BIE heeft on-line databases en cd-rom‑schijven waarmee men op trefwoord of naam kan zoeken. Octrooiaanvragen zijn ingedeeld op basis van hun technische kenmerken, volgens de zeer gedetailleerde International Patent Classification (IPC). Octrooien vormen dus een volkomen geactualiseerd bestand dat betrouwbaar, openbaar, uitstekend geïndexeerd is en alle gebieden van de techniek omvat. Maar liefst 90 % van deze informatie is niet terug te vinden in de gewone vakliteratuur!

Een octrooieerbare uitvinding moet nieuw, inventief en industrieel toepasbaar zijn. Nieuw wil zeggen dat het produkt of proces vóór de datum van indiening van de octrooiaanvraag nergens ter Wereld openbaar bekend mag zijn, ook niet door toedoen van de uitvinder zelf, bijvoorbeeld door een bedrijfsbrochure of presentatie op een beurs. Met inventiviteit wordt bedoeld dat de vinding voor de vakman niet voor de hand mag liggen, met industriële toepasbaarheid dat het moet gaan om een technisch, aantoonbaar functionerend, produkt of produktieproces: een perpetuum mobile voldoet hier bijvoorbeeld niet aan. Diensten, natuurwetenschappelijke theorieën, ideeën zonder concrete uitwerking en esthetische ontwerpen zijn niet met een octrooi te beschermen. Dan geldt bescherming door auteursrecht of het modellen‑ en merkenrecht.

Wie kiest voor octrooibescherming dient een aanvraag in bij het Bureau voor de Industriële Eigendom. In de huidige wetgeving toetst dan de Octrooiraad (een onderdeel van het BIE) de aanvraag. Een eenmaal door de Raad verleend octrooi is dan ook een stevig wapen tegen de concurrentie. Nadeel is echter dat deze procedure veel expertise, tijd en dus geld vergt. Dit vormt voor veel ondernemers soms een te hoge drempel.

 

Octrooiaanvraag

De regering heeft onder invloed van internationale ontwikkelingen besloten de Rijksoctrooiwet drastisch te vereenvoudigen. De kostbare en tijdrovende toetsing verdwijnt uit de verleningsprocedure. Het gevolg is evenwel dat het onduidelijker is welke rechten men exact heeft en mag uitoefenen.

Ook al verdwijnt de toetsing, voor de aanvrager van een octrooi na 1 april 1995 blijven de materiële eisen (nieuwheid, inventiviteit, industriële toepasbaarheid) even stringent van toepassing. De toetsing vindt immers, in geval van conflict, uiteindelijk plaats bij de rechter, evenals bij schendingen van auteurs-, merken- of modellenrecht.

De aanvrager moet kiezen tussen een octrooi met een maximum duur van zes of twintig jaar. Wie een twintigjarig octrooi wil, moet binnen dertien maanden na aanvraag om een nieuwheidsonderzoek vragen. De resultaten hiervan geven een indicatie over datgene wat al bekend was en waar eventueel nog octrooirechten op rusten. Wie dat niet doet, krijgt automatisch een zesjarig octrooi.

Een aanvraag voor een zesjarig octrooi wordt na achttien maanden toegekend en ingeschreven in het register. Dit geeft een geldige aanspraak op het exclusieve recht zoals de houder dat zelf ‑ al dan niet met de hulp van een octrooigemachtigde ‑ heeft aangevraagd. Eventueel is met een spoedprocedure binnen twee maanden een zesjarig octrooi te verkrijgen.

Wie een twintigjarig octrooi wenst, kan binnen zes tot negen maanden na het verzoek om het nieuwheidsonderzoek resultaat verwachten. In een aantal gevallen zal de uitvinder op grond van gevonden (wellicht bezwarende) literatuur de aanvraag moeten herschrijven tot een beter houdbaar octrooi. Pas daarna kent de Octrooiraad het toe. De inschrijving laat echter nooit meer dan achttien maanden (vanaf aanvraag) op zich wachten, ongeacht het feit of het nieuwheidsrapport is uitgebracht of herschrijving heeft plaatsgevonden. Alle octrooien worden ongeacht geldigheidsduur in principe na achttien maanden gepubliceerd.

 

Inbreuk

De nieuwe procedure is niet alleen sneller en eenvoudiger maar ook goedkoper: inclusief de kosten voor een octrooigemachtigde, zal men ongeveer 10 000 gulden voor het twintigjarige en 6000 gulden voor het zesjarige octrooi moeten uittrekken. In de oude situatie bedroegen de kosten ongeveer 15 000 gulden.

De consequentie van deze voordelen is echter dat degenen die in een gerechtelijk geschil terechtkomen (als eiser of aangeklaagde) een langere weg hebben te gaan dan in de oude situatie, omdat eerst moet worden vastgesteld wat het octrooi exact omvat.

Alle octrooiprocedures in Nederland spelen zich af voor de rechtbank in Den Haag (eventueel in kort geding). Een octrooihouder die iemand van inbreuk wil beschuldigen, moet die persoon eerst een bericht sturen dat hij inbreuk pleegt en moet stoppen. Daarna kan een dagvaarding worden uitgebracht. Indien men ook schadevergoeding wenst, zal hier nog een zogenoemd desbewustheidsexploit aan vooraf moeten gaan. Een door het BIE uitgebracht nieuwheidsrapport is verplicht voor het voeren van een rechtszaak (ook bij een zesjarig octrooi).

Doordat het octrooi vóór toekenning niet meer wordt getoetst, bestaat het gevaar dat een ongeldig octrooi (namelijk op een reeds bestaande uitvinding of inbrekend op een nog geldig octrooi) wordt toegekend. Iedere belanghebbende kan derhalve op elk moment een juridische procedure beginnen om een toegekend octrooi nietig te verklaren. De klagende partij moet de rechter dan voorzien van een advies van het Bureau voor de Industriële Eigendom.

Wie anderzijds meent onterecht van inbreuk te worden beticht, kan een procedure overwegen om die klacht nietig te verklaren. Er leiden vier wegen naar zo’n nietigverklaring.

Ten eerste: de gewraakte activiteit valt niet onder het door de klagende partij aangevoerde octrooi.

Ten tweede: de aangeklaagde partij vordert nietigverklaring van het octrooi als de ongeldigheid goed beargumenteerd kan worden. De rechter zal zijn definitieve oordeel over de inbreuk waarschijnlijk opschorten totdat over de nietigheid is beslist.

Ten derde: er is geen sprake van inbreuk, want de beklaagde paste de door de klager geoctrooieerde uitvinding al eerder, zij het onopgemerkt, toe (recht van voorgebruik).

Ten vierde: er is sprake van een afzonderlijk octrooieerbare verbetering van het (basis-)octrooi. De houder van het oudere basisoctrooi moet dan een (dwang)licentie geven – tegen betaling weliswaar.

 

Europees octrooi

Het gevaar dat men zonder opzet inbreuk maakt, is groter voor degenen die een zesjarig octrooi aanvragen. Die hebben immers niet de beschikking over een nieuwheidsonderzoek. Voor deze aanvragers geldt des te meer dat zij de waarde of geldigheid van het gewenste of verkregen octrooi zelf of samen met een deskundige, octrooigemachtigde, bepalen. In Nederland zijn tientallen bureaus met deze deskundigheid gevestigd. Een goede afweging voorkomt een hoop narigheid.

Wie in Nederland octrooi aanvraagt, kan daarna een jaar lang die aanvraag ook in andere landen indienen. Daarvoor geldt dan met terugwerkende kracht de datum van aanvraag in Nederland. Dank zij dit voorrangsrecht kan de aanvraag een jaar lang ook in het buitenland (de staten aangesloten bij het Europese Octrooiverdrag) niet worden geschaad door publikaties of handelingen van anderen (of van de aanvrager zelf die bijvoorbeeld exportmarkten verkent). Elke openbaarmaking kan immers afbreuk doen aan de nieuwheid of inventiviteit.

Het Europese Octrooiverdrag maakt het mogelijk om met één procedure in verscheidene landen octrooi te verkrijgen. Er hebben zich momenteel zeventien landen bij dit verdrag aangesloten. Deze procedure wordt uitgevoerd door het Europese Octrooibureau (EOB). De procedure van het EOB duurt drie tot vier jaar en leidt tot een octrooi dat wèl inhoudelijk is getoetst. De aanvrager moet aangeven voor welke landen hij het octrooi wil laten gelden. Als hij Nederland aanwijst en hiermee een solide getoetst octrooi voor Nederland verkrijgt, kan een eventueel eerder verleend ongetoetst Nederlands octrooi vervallen.

Een Europees octrooi leidt tot een reeks nationale octrooien. Dit is nodig om zonodig in elk land onder nationaal recht te kunnen procederen. De kosten van een Europees octrooi (inclusief de kosten voor een gemachtigde en de nationale vertalingen) zijn minimaal 50 000 gulden.

 

Informatie bij: Centrum voor Kennisbescherming en Octrooi-informatie (CKO), postbus 5821, 2280 HV Rijswijk, tel. (070) 319 20 19. Uitgebreider informatie over de nieuwe Rijksoctrooiwet is voor leden van KIvI en NIRIA toegankelijk via het Ingenieursnetwerk.

 

 

 

(KADER)

Commercialisatie

 

Over alle aspecten die betrekking hebben op de ontwikkeling en/of commercialisatie van nieuwe produkten kunnen bedrijven en particulieren adviezen krijgen bij het Specialistisch InnovatieCentrum voor Uitvindingen ID-NL. Het centrum zorgt voor vakkundige begeleiding en is intermediair bij het onderbrengen van de honderden zinvolle ideeën betreffende produkten of procédés die het jaarlijks krijgt aangeboden. Informatie: ID-NL, Westblaak 43, 3012 KD Rotterdam, tel. (010) 413 63 33.

 

 

 

(BIJSCHRIFTEN)

 

(BIJ GROTE STOCKDIA, ALS OPENING)

De nieuwe Rijksoctrooiwet maakt het verkrijgen van een octrooi eenvoudiger, sneller en goedkoper.

(Foto: Phil Jason/World View, Amsterdam)

 

 

(BIJ FOTO)

Een octrooieerbare uitvinding moet nieuw, inventief en industrieel toepasbaar zijn; op de foto de Quooker, een soort boiler, waarmee direct water van 100 °C beschikbaar is, dat gezuiverd en goed doorgekookt is.

(Foto: ID-NL, Rotterdam)

 

(BIJ DIA)

De kokersnijder, een uitvinding van Aannemersbedrijf Van der Worp, waarmee lege kitpatronen in de lengterichting doorgesneden kunnen worden. Doorgesneden kokers, waarin zich resten opgedroogde kit bevinden, kunnen als bedrijfsafval aangeboden worden, in tegenstelling tot niet-doorgesneden kokers, die door inzamelaars van afval steeds vaker tot chemisch afval worden gerekend.

(Foto: ID-NL, Rotterdam)