Tagarchief: inbreuk

Juridische consequenties van Rijksoctrooiwet – Nieuwe wet vereenvoudigt octrooieren (1994 21)

quookermaxresdefault

 

1994 21

(Streamer)

PER 1 APRIL 1995 NIEUWE WET WAARSCHIJNLIJK VAN KRACHT + GOEDKOPER EN SNELLER VERKRIJGEN VAN OCTROOI + MEER GESCHILLEN VOOR RECHTER

 

(Bovenkop)

Juridische consequenties van Rijksoctrooiwet

 

(Kop)

Nieuwe wet vereenvoudigt octrooieren

 

(Intro)

Naar het zich nu laat aanzien wordt 1 april 1995 de nieuwe Rijksoctrooiwet van kracht, die het verkrijgen van octrooi sterk vereenvoudigt. De wet, begin 1994 door de Tweede Kamer aangenomen, schakelt de bescherming van de uitvindingen gelijk met die van overig intellectueel eigendom.

– Erwin van den Brink –

 

(Credit auteur)

De auteur is redacteur van De Ingenieur.

 

 

Een onderneming die er zeker van wil zijn dat zij haar toekomstige octrooien juridisch kan beschermen en ongestoord kan exploiteren, moet voordat zij met onderzoek begint zich eerst oriënteren in de octrooiliteratuur. Die geeft uitgebreide informatie over technologie die anderen ontwikkelen of hebben ontwikkeld. Zo voorkomt men nodeloos, want doublerend, onderzoek en een hoop financiële ellende doordat men inbreuk maakt op bestaande octrooien. Omgekeerd stelt een octrooi eigen investeringen veilig.

Een octrooi is een tijdelijk, exclusief, gebruiksrecht van een uitvinding. Zonder deze juridische bescherming tegen plagiaat zou het erg moeilijk worden om investeringen in onderzoek terug te verdienen. De namaker heeft immers geen ontwikkelingskosten gehad. Hij kan daardoor onder de kostprijs van de uitvinder produceren en een flink stuk van de markt wegkapen.

Een octrooi maakt de investering ook lonend omdat het verhandelbaar is als licentierecht. Bovendien stelt een eenmaal verleend octrooi de ondernemer vaak in staat investerings‑ en risicokapitaal aan te trekken.

Dank zij de juridische bescherming hoeven uitvindingen niet angstvallig geheim te worden gehouden. Elke geoctrooieerde uitvinding wordt dan ook openbaar, zodat iedereen er kennis van kan nemen. Octrooi‑informatie geeft daardoor een goed en volledig beeld van de stand der techniek waarmee elke innoverende ondernemer zich nodeloos onderzoekwerk en schadeclaims van derden kan besparen.

 

Inventief en toepasbaar

Per jaar worden over de hele Wereld ruim een miljoen octrooiaanvragen ingediend, die vrijwel allemaal na anderhalf jaar ter inzage liggen. In Nederland is al deze informatie te raadplegen in de bibliotheek van het Bureau voor de Industriële Eigendom (BIE) in Rijswijk, ressorterend onder het ministerie van EZ. Het BIE heeft on-line databases en cd-rom‑schijven waarmee men op trefwoord of naam kan zoeken. Octrooiaanvragen zijn ingedeeld op basis van hun technische kenmerken, volgens de zeer gedetailleerde International Patent Classification (IPC). Octrooien vormen dus een volkomen geactualiseerd bestand dat betrouwbaar, openbaar, uitstekend geïndexeerd is en alle gebieden van de techniek omvat. Maar liefst 90 % van deze informatie is niet terug te vinden in de gewone vakliteratuur!

Een octrooieerbare uitvinding moet nieuw, inventief en industrieel toepasbaar zijn. Nieuw wil zeggen dat het produkt of proces vóór de datum van indiening van de octrooiaanvraag nergens ter Wereld openbaar bekend mag zijn, ook niet door toedoen van de uitvinder zelf, bijvoorbeeld door een bedrijfsbrochure of presentatie op een beurs. Met inventiviteit wordt bedoeld dat de vinding voor de vakman niet voor de hand mag liggen, met industriële toepasbaarheid dat het moet gaan om een technisch, aantoonbaar functionerend, produkt of produktieproces: een perpetuum mobile voldoet hier bijvoorbeeld niet aan. Diensten, natuurwetenschappelijke theorieën, ideeën zonder concrete uitwerking en esthetische ontwerpen zijn niet met een octrooi te beschermen. Dan geldt bescherming door auteursrecht of het modellen‑ en merkenrecht.

Wie kiest voor octrooibescherming dient een aanvraag in bij het Bureau voor de Industriële Eigendom. In de huidige wetgeving toetst dan de Octrooiraad (een onderdeel van het BIE) de aanvraag. Een eenmaal door de Raad verleend octrooi is dan ook een stevig wapen tegen de concurrentie. Nadeel is echter dat deze procedure veel expertise, tijd en dus geld vergt. Dit vormt voor veel ondernemers soms een te hoge drempel.

 

Octrooiaanvraag

De regering heeft onder invloed van internationale ontwikkelingen besloten de Rijksoctrooiwet drastisch te vereenvoudigen. De kostbare en tijdrovende toetsing verdwijnt uit de verleningsprocedure. Het gevolg is evenwel dat het onduidelijker is welke rechten men exact heeft en mag uitoefenen.

Ook al verdwijnt de toetsing, voor de aanvrager van een octrooi na 1 april 1995 blijven de materiële eisen (nieuwheid, inventiviteit, industriële toepasbaarheid) even stringent van toepassing. De toetsing vindt immers, in geval van conflict, uiteindelijk plaats bij de rechter, evenals bij schendingen van auteurs-, merken- of modellenrecht.

De aanvrager moet kiezen tussen een octrooi met een maximum duur van zes of twintig jaar. Wie een twintigjarig octrooi wil, moet binnen dertien maanden na aanvraag om een nieuwheidsonderzoek vragen. De resultaten hiervan geven een indicatie over datgene wat al bekend was en waar eventueel nog octrooirechten op rusten. Wie dat niet doet, krijgt automatisch een zesjarig octrooi.

Een aanvraag voor een zesjarig octrooi wordt na achttien maanden toegekend en ingeschreven in het register. Dit geeft een geldige aanspraak op het exclusieve recht zoals de houder dat zelf ‑ al dan niet met de hulp van een octrooigemachtigde ‑ heeft aangevraagd. Eventueel is met een spoedprocedure binnen twee maanden een zesjarig octrooi te verkrijgen.

Wie een twintigjarig octrooi wenst, kan binnen zes tot negen maanden na het verzoek om het nieuwheidsonderzoek resultaat verwachten. In een aantal gevallen zal de uitvinder op grond van gevonden (wellicht bezwarende) literatuur de aanvraag moeten herschrijven tot een beter houdbaar octrooi. Pas daarna kent de Octrooiraad het toe. De inschrijving laat echter nooit meer dan achttien maanden (vanaf aanvraag) op zich wachten, ongeacht het feit of het nieuwheidsrapport is uitgebracht of herschrijving heeft plaatsgevonden. Alle octrooien worden ongeacht geldigheidsduur in principe na achttien maanden gepubliceerd.

 

Inbreuk

De nieuwe procedure is niet alleen sneller en eenvoudiger maar ook goedkoper: inclusief de kosten voor een octrooigemachtigde, zal men ongeveer 10 000 gulden voor het twintigjarige en 6000 gulden voor het zesjarige octrooi moeten uittrekken. In de oude situatie bedroegen de kosten ongeveer 15 000 gulden.

De consequentie van deze voordelen is echter dat degenen die in een gerechtelijk geschil terechtkomen (als eiser of aangeklaagde) een langere weg hebben te gaan dan in de oude situatie, omdat eerst moet worden vastgesteld wat het octrooi exact omvat.

Alle octrooiprocedures in Nederland spelen zich af voor de rechtbank in Den Haag (eventueel in kort geding). Een octrooihouder die iemand van inbreuk wil beschuldigen, moet die persoon eerst een bericht sturen dat hij inbreuk pleegt en moet stoppen. Daarna kan een dagvaarding worden uitgebracht. Indien men ook schadevergoeding wenst, zal hier nog een zogenoemd desbewustheidsexploit aan vooraf moeten gaan. Een door het BIE uitgebracht nieuwheidsrapport is verplicht voor het voeren van een rechtszaak (ook bij een zesjarig octrooi).

Doordat het octrooi vóór toekenning niet meer wordt getoetst, bestaat het gevaar dat een ongeldig octrooi (namelijk op een reeds bestaande uitvinding of inbrekend op een nog geldig octrooi) wordt toegekend. Iedere belanghebbende kan derhalve op elk moment een juridische procedure beginnen om een toegekend octrooi nietig te verklaren. De klagende partij moet de rechter dan voorzien van een advies van het Bureau voor de Industriële Eigendom.

Wie anderzijds meent onterecht van inbreuk te worden beticht, kan een procedure overwegen om die klacht nietig te verklaren. Er leiden vier wegen naar zo’n nietigverklaring.

Ten eerste: de gewraakte activiteit valt niet onder het door de klagende partij aangevoerde octrooi.

Ten tweede: de aangeklaagde partij vordert nietigverklaring van het octrooi als de ongeldigheid goed beargumenteerd kan worden. De rechter zal zijn definitieve oordeel over de inbreuk waarschijnlijk opschorten totdat over de nietigheid is beslist.

Ten derde: er is geen sprake van inbreuk, want de beklaagde paste de door de klager geoctrooieerde uitvinding al eerder, zij het onopgemerkt, toe (recht van voorgebruik).

Ten vierde: er is sprake van een afzonderlijk octrooieerbare verbetering van het (basis-)octrooi. De houder van het oudere basisoctrooi moet dan een (dwang)licentie geven – tegen betaling weliswaar.

 

Europees octrooi

Het gevaar dat men zonder opzet inbreuk maakt, is groter voor degenen die een zesjarig octrooi aanvragen. Die hebben immers niet de beschikking over een nieuwheidsonderzoek. Voor deze aanvragers geldt des te meer dat zij de waarde of geldigheid van het gewenste of verkregen octrooi zelf of samen met een deskundige, octrooigemachtigde, bepalen. In Nederland zijn tientallen bureaus met deze deskundigheid gevestigd. Een goede afweging voorkomt een hoop narigheid.

Wie in Nederland octrooi aanvraagt, kan daarna een jaar lang die aanvraag ook in andere landen indienen. Daarvoor geldt dan met terugwerkende kracht de datum van aanvraag in Nederland. Dank zij dit voorrangsrecht kan de aanvraag een jaar lang ook in het buitenland (de staten aangesloten bij het Europese Octrooiverdrag) niet worden geschaad door publikaties of handelingen van anderen (of van de aanvrager zelf die bijvoorbeeld exportmarkten verkent). Elke openbaarmaking kan immers afbreuk doen aan de nieuwheid of inventiviteit.

Het Europese Octrooiverdrag maakt het mogelijk om met één procedure in verscheidene landen octrooi te verkrijgen. Er hebben zich momenteel zeventien landen bij dit verdrag aangesloten. Deze procedure wordt uitgevoerd door het Europese Octrooibureau (EOB). De procedure van het EOB duurt drie tot vier jaar en leidt tot een octrooi dat wèl inhoudelijk is getoetst. De aanvrager moet aangeven voor welke landen hij het octrooi wil laten gelden. Als hij Nederland aanwijst en hiermee een solide getoetst octrooi voor Nederland verkrijgt, kan een eventueel eerder verleend ongetoetst Nederlands octrooi vervallen.

Een Europees octrooi leidt tot een reeks nationale octrooien. Dit is nodig om zonodig in elk land onder nationaal recht te kunnen procederen. De kosten van een Europees octrooi (inclusief de kosten voor een gemachtigde en de nationale vertalingen) zijn minimaal 50 000 gulden.

 

Informatie bij: Centrum voor Kennisbescherming en Octrooi-informatie (CKO), postbus 5821, 2280 HV Rijswijk, tel. (070) 319 20 19. Uitgebreider informatie over de nieuwe Rijksoctrooiwet is voor leden van KIvI en NIRIA toegankelijk via het Ingenieursnetwerk.

 

 

 

(KADER)

Commercialisatie

 

Over alle aspecten die betrekking hebben op de ontwikkeling en/of commercialisatie van nieuwe produkten kunnen bedrijven en particulieren adviezen krijgen bij het Specialistisch InnovatieCentrum voor Uitvindingen ID-NL. Het centrum zorgt voor vakkundige begeleiding en is intermediair bij het onderbrengen van de honderden zinvolle ideeën betreffende produkten of procédés die het jaarlijks krijgt aangeboden. Informatie: ID-NL, Westblaak 43, 3012 KD Rotterdam, tel. (010) 413 63 33.

 

 

 

(BIJSCHRIFTEN)

 

(BIJ GROTE STOCKDIA, ALS OPENING)

De nieuwe Rijksoctrooiwet maakt het verkrijgen van een octrooi eenvoudiger, sneller en goedkoper.

(Foto: Phil Jason/World View, Amsterdam)

 

 

(BIJ FOTO)

Een octrooieerbare uitvinding moet nieuw, inventief en industrieel toepasbaar zijn; op de foto de Quooker, een soort boiler, waarmee direct water van 100 °C beschikbaar is, dat gezuiverd en goed doorgekookt is.

(Foto: ID-NL, Rotterdam)

 

(BIJ DIA)

De kokersnijder, een uitvinding van Aannemersbedrijf Van der Worp, waarmee lege kitpatronen in de lengterichting doorgesneden kunnen worden. Doorgesneden kokers, waarin zich resten opgedroogde kit bevinden, kunnen als bedrijfsafval aangeboden worden, in tegenstelling tot niet-doorgesneden kokers, die door inzamelaars van afval steeds vaker tot chemisch afval worden gerekend.

(Foto: ID-NL, Rotterdam)