Tagarchief: Greenpeace

Auto wordt mobot (Het Financieele Dagblad, 10 augustus 2017 – opinie)

 

 

Klik hier voor openen PDF van dit artikel

Klik hier om het artikel te zien in het FD

Deze week had in Duitsland, autoland bij uitstek, topoverleg plaats over sjoemelsoftware in dieselauto’s. De verbrandingsmotor ligt onder vuur. Volvo kondigde aan dat al zijn auto’s vanaf 2019 een elektrische motor hebben. Het was eerlijker geweest als het bedrijf had gezegd: geen auto’s meer met alleen maar een verbrandingsmotor omdat het hybrides meetelt. Groot Brittannië en Frankrijk willen de verkoop van auto’s met verbrandingsmotoren vanaf 2040 verbieden. Dat lijkt een naderende ramp voor de Duitse auto-industrie die juist in efficiënte diesels heeft geïnvesteerd. Maar het is de vraag of het zo’n vaart zal lopen.

Want met de doorbraak van de elektrische auto, na 130 jaar, als duurzaam alternatief voor de auto met verbrandingsmotor is iets vreemds aan de hand. Hij wordt gezien als innovatie maar de uitvinding van de Tesla-motor is even oud als die van de Otto- en de Dieselmotor. Hoe kan een uitvinding uit 1887 (Nicola Tesla’s borstelloze inductiewisselstroommotor) een uitvinding uit 1892 (Rudolf Diesels ontstekingsloze verbrandingsmotor) ouderwets doen lijken? Toegegeven: aan de Teslamotor is in die 130 jaar niet veel gesleuteld, wat iets zegt over de fenomenale brille van die uitvinding. De dieselmotor is dankzij grote onderzoeksinspanningen geëvolueerd van een lawaaiig, roet brakend onding in een relatief schone en stille motor dankzij steeds hogere inlaatdruk, directe inspuiting, roetfilters met naverbranding en door selectieve katalytische reductie van het giftige NOx in uitlaatgas tot elementair N2 (stikstof) met behulp van ureum.

Het milieuprobleem van elektrische auto’s zit hem niet in de verbranding van fossiele energiedragers (dat gebeurt dan in elektriciteitscentrales die vaak buiten de stad staan en hoge schoorstenen hebben) maar meer in de vele chemicaliën en zeldzame aardmetalen die er voor nodig zijn, allereerst koper en lithium voor de batterij. De baas van mijnbouwbedrijf Glencore, Ivan Glasenberg, verklaarde tegenover persbureau Bloomberg dat indien 95 procent van de wereldwijde autoverkopen in 2032 elektrische voertuigen betreft, de industrie jaarlijks twintig miljoen ton koper extra nodig heeft. Dat betekent een verdubbeling van het huidige gebruik. De behoefte aan kobalt zal dan ongeveer met een factor 5,5 groeien, een toename van 679.000 ton per jaar.

Wie een auto aanschaft verbruikt daarmee in een klap de energie die het heeft gekost om die auto te bouwen en die kun je terug rekenen naar aantal autokilometers. Voor een elektrische auto ligt die aanmerkelijk hoger dan voor een benzineauto die bijna volledig recycleerbaar is. Wie een Tesla Model S aanschaft, ‘veroorzaakt’ daarmee de uitstoot van 60.000 kilometers in een vergelijkbare benzineauto, volgens Rex Weyler, medeoprichter van Greenpeace International in een blogpost The Tesla Dream. Die energie zit hem in de mijnbouwinspanning en in het bouwen van lichtgewicht ultrasterke carbon carrosserieën die de loodzware batterij kunnen herbergen. De milieuvervuiling door het winnen van zeldzame aardmetalen in dagbouwmijnen in Chili en Bolivia (m.n. lithium voor lithium-ion batterijen) maar ook in Afrika (Congo) en China (Binnen-Mongolië) ten behoeve van allerlei elektrische apparaten en elektronica is enorm omdat de ertsen vaak zulke lage concentraties hebben dat de metaaloxiden er alleen met zuren uit kunnen worden vrijgemaakt, met name zoutzuur, zwavelzuur en salpeterzuur. Uit een uitvoerige metastudie van wetenschappers van Yale University uit 2013 blijkt dat de milieuwinst van elektrisch rijden nihil is zolang niet alle stroom die er voor nodig is zonder fossiele energie wordt opgewekt.

De elektrische auto gaat die met verbrandingsmotor dus niet volledig vervangen. Hij lijkt eerder een transitie in te luiden naar een autobezitloze toekomst, dat wil zeggen een stedelijke samenleving waarin een middenklasse personenauto niet langer een standaardonderdeel is van de sub urbane gezinsuitrusting. In de Verenigde Staten daalt het aantal jongeren in het bezit van een rijbewijs al enkele decennia.

De achilleshiel van de auto is niet zijn uitstoot maar zijn ruimtebeslag. In Manhattan is onlangs bij een luxe appartement een parkeerplaats verkocht voor anderhalf miljoen dollar. De auto ondervindt steeds meer ruimteconcurrentie van wat Richard Florida vijftien jaar geleden de Opkomst van de Creatieve Klasse noemde: gamestudio’s, appbouwers maar ook ambachtelijke maakbedrijven met 3D-printers die de binnensteden terugveroveren op de banken en grootwinkelbedrijven. Bij die horde jongeren voegt zich de oude garde van senioren die de stad opzoekt omdat daar tijdens de derde levenshelft (mantel-)zorg gemakkelijker valt te organiseren. Voor beide generaties geldt dat connectiviteit belangrijker is dan mobiliteit.

Onder invloed van robotica, het Internet of Things, heeft in de (binnen-)steden een ruimtelijke herordening plaats die wordt gekenmerkt door schaalverkleining en functievermenging van wonen, werken en recreëren. Deze nieuwe platformeconomie is demografisch en technologisch een contractie-economie waarin voor de auto geen plek meer is. Hij wordt op den duur een dienst en als hij zichzelf bestuurt, een mobot.

ENERGIEBEDRIJF VAN IR. SJEF PEERAER LEVERT ALLEEN ELEKTRICITEIT UIT KERNCENTRALES ‘Groene stroom exploiteert ons schuldgevoel’

 

jh091106-peeraer1

 

46_49_INGR19_Interview

 

Het Interview

 

 

tekst erwin van den brink

foto’s jordi huisman: www.jordihuisman.nl

 

 

ENERGIEBEDRIJF VAN IR. SJEF PEERAER LEVERT ALLEEN ELEKTRICITEIT UIT KERNCENTRALES

 

‘Groene stroom exploiteert ons schuldgevoel’

 

Kernenergie is het enige werkelijke alternatief dat fossiele brandstoffen op grote schaal kan vervangen, stelt ir. Sjef Peeraer. Omdat consumenten bewust voor deze vorm van energie moeten kunnen kiezen, richtte hij Atoomstroom op, een energiebedrijf dat alleen elektriciteit afkomstig uit kerncentrales levert. ‘Voorstanders van windenergie spelen schaamteloos in op de angst voor klimaatverandering.’

 

Prachtige mechanica, oogverblindend mooie techniek en een verrijking voor het landschap; ir. Sjef Peeraer werd naar eigen zeggen verliefd op windturbines. Het deed hem besluiten terug te keren naar zijn vakgebied, energietechniek. Als werktuigbouwer was Peeraer afgestudeerd bij Siemens in Duitsland op de regeling van een stoomketel in een grote kolencentrale. Maar vanwege de op dat moment lage energieprijzen zat er volgens hem weinig innovatie in die sector en daarom koos hij na zijn afstuderen voor de internetwereld, die halverwege de jaren negentig sterk in opkomst was. Bij Elsevier Science ontwikkelde hij de wetenschappelijke zoekmachine Scirus en vervolgens besloot hij zijn intellectuele bagage aan te vullen met een Master of Business Administration (MBA) aan INSEAD, de bekende bedrijfskundeuniversiteit in het Franse Fontainebleau. Toen hij daar klaar was, kwam hij door zijn voorliefde voor windturbines terecht in het managementteam van Zephyros, een R&D- en productiebedrijf dat een nieuw type windmolen op de markt bracht.

Op een gegeven moment deed Peeraer een macroanalyse van verschillende energieconversietechnieken voor een groot energiebedrijf. Hij had zich inmiddels gevestigd als ondernemer met een eigen energieadviesbureau SP Innovation. Hij noemt zijn bureau een initation agency. ‘We identificeren opkomende techniek- en marktontwikkelingen, stellen de potentie ervan vast, en brengen R&D-, marketing- en financiële kennis bij elkaar. We focussen op schone, elektrische technieken.’ De analyse bracht hem tot de slotsom dat windenergie helemaal niet zo schoon is als iedereen denkt, en dat door kerncentrales opgewekte elektriciteit een veel grotere bijdrage levert aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. ‘Windenergie is schokkend duur en kernenergie komt er, zowel in prijs per kilowattuur als de prijs per ton vermeden CO2-uitstoot, consistent goed uit.’

Volgens energieonderzoekscentrum ECN veroorzaakt een door een kolencentrale opgewekt kilowattuur stroom 815-1153 g CO2-uitstoot. Een windturbinekilowattuur leidt tot 15-30 g kooldioxide, en een kilowattuur van een kerncentrale levert gemiddeld ongeveer 8-32 g CO2 op. Maar windturbines zijn per eenheid geïnstalleerd effectief vermogen veel duurder dan kerncentrales en daarmee liggen ook hun CO2-vermijdingskosten hoger. Het kabinet wil voor 2020 mogelijk 2000 turbines voor de kust in zee laten bouwen. Het theoretische vermogen bedraagt dan 6000 MW, maar het Centraal Plan Bureau (CPB) gaat in de kosten-batenanalyse voor het park echter uit van een effectief vermogen van 40 %, ofwel 2400 MW. Het park kost volgens het consortium we@sea dat het wil gaan bouwen, circa 15 tot 25 miljard euro, afhankelijk van het investeringstempo. De nieuwste kerncentrales kosten volgens ECN per 1600 MW ongeveer drie miljard euro. ‘Dat komt neer op vijf miljard euro voor een centrale van 2500 MW. Windstroom is dus drie tot vijf keer zo duur als atoomstroom. Bovendien gaan windturbines minder lang mee: twintig jaar tegen vijftig jaar of langer van kerncentrales. Ze zijn gevoeliger voor stormschade, corrosie en offshore zelfs voor verzakkingen. Dus het met windturbines op zee vermijden van CO2-uitstoot kost per ton vermeden kooldioxide veel en veel meer dan bij kerncentrales. Daarom is er voor windenergie bakken subsidie nodig.’

‘Ik vind dat die subsidie beter ergens anders aan is te besteden’, vervolgt Peeraer. ‘Aan elektrisch autorijden bijvoorbeeld. Dan vermijd je ook CO2-uitstoot en reduceer je tegelijk de afhankelijkheid van olie. Van de inhoud van een brandstoftank wordt maar 15-25 % omgezet in voortbeweging, terwijl 75-80 % van de stroom in een volgeladen batterij effectief in voortbeweging wordt omgezet.’ Peeraer participeert in een bedrijf dat lithium-ijzerfosfaatbatterijen ontwikkelt. Die hebben van alle beschikbare technologieën niet de hoogste energiedichtheid, maar ze gaan wel het langste mee en scoren het best qua veiligheid. Dat is volgens hem essentieel voor het laten doorbreken van elektrisch rijden. ‘Zelfs als die stroom is opgewekt met kolen of gas, dan nog verbruiken elektrische auto’s over de hele keten beschouwd per afgelegde kilometer maar de helft van de fossiele energie die personenwagens met een verbrandingmotor gebruiken. Kernenergie is eigenlijk de ideale brandstof voor elektrische voertuigen: ’s nachts kunnen de elektrische auto’s de dalen in de elektriciteitsvraag vullen, waardoor we meer efficiënte basislast – dus meer kerncentrales – kunnen inzetten.’

 

RUGGENGRAAT

Volgens Peeraer kent windturbinetechnologie bijna geen leercurve meer. ‘Er valt aerodynamisch niet zo heel veel meer aan te verbeteren. Bovendien veroorzaken windturbines in het net bepaalde onbalanskosten. Als er veel windaanbod is en een centrale moet worden teruggeregeld van zijn optimum, dat ligt bij vollast, dan gaat het rendement naar beneden en de kosten per kilowattuur en de hoeveelheid CO2 per kilowattuur omhoog, maar die kosten en emissie-effecten worden niet aan windturbines doorberekend. En dat terugregelen kan alleen met gascentrales. Zo maakt windenergie ons straks afhankelijk van Russisch aardgas. Windenergie daar waar rendabel is prima. Maar als ruggengraat van de stroomvoorziening gaat wind ons niet redden.’ Nucleaire technologie heeft veel meer ontwikkelingspotentieel, stelt Peeraer. Hij denkt daarbij aan kleinschalige, inherent veilige pebblebedreactoren en aan zeer grote vierdegeneratiereactoren.

‘De antipathie tegen kernenergie in de jaren tachtig kwam voort uit het feit dat het een technologie was van het grootkapitaal’, meent Peeraer. ‘Windturbines waren een aaibaar, kleinschalig alternatief. Dat is echter allang niet meer zo. Windenergie is tegenwoordig ook grootkapitaal, met dito marketing. Daarbij wordt schaamteloos ingespeeld op angst voor klimaatverandering. In de reclamespotjes is de zeespiegel al zo ver gestegen dat mensen gevlucht zijn naar de nok van het dak van hun huis en daar op langs komen drijven. En daar is dan een stemmingmakend muziekje onder gezet. Energiebedrijven exploiteren met hun groene stroom ons schuldgevoel. Daarbij is het hele maatschappelijke debat gekaapt door alfa’s en communicatiedeskundigen, niet gehinderd door enige kennis, laat staan door rekenvaardigheid.’

Dat kernenergie in het licht van die al of niet georkestreerde maatschappelijke verontrusting geen remedie mag zijn tegen klimaatverandering, toont volgens Peeraer de hypocrisie aan die hij aan de kaak wil stellen. ‘Ik word daar inderdaad een beetje recalcitrant van en daarom heb ik Atoomstroom opgericht, een energiebedrijf dat 100 % met kerncentrales opgewekte elektriciteit levert. Ik ben het eens met mensen als Patrick Moore (medeoprichter van Greenpeace, red.) en Mark Lynas (klimaatactivist en auteur van het boek Zes Graden. Onze toekomst op een warmere planeet, red.): wie gelooft dat we met het verstoken van fossiele brandstoffen het klimaat ontwrichten en desondanks tegen het enige werkelijke alternatief dat kolen en gas op grote schaal kan vervangen – kernenergie – blijft, is medeplichtig aan die eventuele klimaatverandering. Met die redenering peper ik de milieubeweging haar eigen inconsequentie in.’

Om te illustreren hoe dat dan gaat, vertelt Peeraer dat hij zijn bedrijf heeft aangemeld bij de Stichting Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), die wordt gesteund door het ministerie van Economische Zaken. Dat was in maart dit jaar. ‘Mijn argumentatie was dat Atoomstroom een maatschappelijk verantwoorde onderneming is, omdat kernenergie immers leidt tot minder uitstoot van broeikasgas en wordt geproduceerd zonder subsidie, in tegenstelling tot windstroom. Ik heb er ook nog bij gezegd dat atoomstroom gezien de heersende publieke opinie misschien gevoelig kon liggen, maar dat werd niet als een probleem gezien. Maar half september kreeg ik ineens te horen dat Atoomstroom niet meer welkom is bij de stichting MVO, zogenaamd vanwege een ‘nieuw uitsluitingbeleid’. Ik kreeg die regels na lang aandringen gedeeltelijk te zien. MVO is dus niet transparant, en transparantie is het basisprincipe van maatschappelijk verantwoord ondernemen.’ Peeraer spande een kort geding aan tegen MVO Nederland om zijn royering aan te vechten. De rechter bepaalde begin deze maand dat het MVO vrijstaat te bepalen welke ondernemingen zich bij de organisatie aansluiten. ‘In de statuten staat dat de stichting MVO een discussieplatform is voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, ook als daarover verschil van inzicht bestaat. Volgens mij handelt MVO dus in strijd met haar eigen statuten als de organisatie weigert met mij in gesprek te gaan.’ Peeraer overweegt in hoger beroep te gaan.

Atoomstroom is een klein bedrijf, dus Peeraer doet zijn marketing vooral via free publicity: hij beweegt zich in het gastsprekercircuit en schrijft opiniestukken in dagbladen. Daarnaast hanteert hij een methode die je boemerangmarketing zou kunnen noemen. Zo riep GroenLinks internetgebruikers op om de actie Kappen met Kolen te steunen door een banner op hun site te plaatsen. Dus zette Peeraer de Kappen met Kolen-banner op de site van Atoomstroom. ‘Dat was hilarisch. De volgende dag hing het partijbureau van GroenLinks aan de lijn. De partij wilde niet dat Atoomstroom de actie zou steunen, omdat GroenLinks tegen kernenergie is. Maar GroenLinks is ook tegen de aftrek van hypotheekrente. Moet ik daar dan ook tegen zijn? Moet ik soms eerst het complete partijprogramma onderschrijven alvorens ik de actie mag steunen? Dat stond er allemaal niet bij in hun oproep.’

In het weekblad Elsevier adverteerde Atoomstroom met een antwoordkaart voor nieuwe klanten. Daarop konden zij aangeven dat Atoomstroom hun aanvangskorting zou overmaken naar het Wereld Natuur Fonds (WNF). Direct reageerde het WNF met een persbericht waarin het verklaarde tegen kernenergie te zijn. Ook stuurde het een advocaat met de eis om die actie onmiddellijk te staken. ‘Ik heb de woordvoerder van het WNF die mij belde, uitgelegd dat Essent – de hoofdsponsor van het WNF– in Nederland mede-eigenaar is van de kerncentrale Borssele. Toen was het even stil aan de andere kant van de lijn.’ Het persbericht leidde tot een artikel op de voorpagina van dagblad Spits met de kop ‘WNF wil geen geld van Atoomstroom, maar profiteert wel van kerncentrale Borssele’, nadat de dienstdoende redacteur even wederhoor had gepleegd bij Atoomstroom.

En wie zijn nu de klanten van het energiebedrijf? ‘Betrokken burgers die een weloverwogen keuze maken die vroeger controversieel was. Want kernenergie is lang omringd geweest door dogma’s. Atoomstroom is een merk voor onafhankelijke denkers die geven om het milieu en erover hebben nagedacht. Ze kijken naar de feiten, laten zich informeren, vormen een mening en nemen dan een besluit.’

www.atoomstroom.nl

Op de foto is ir. Sjef Peeraer geportretteerd in het Reactor Instituut Delft (RID). Met deze reactor levert de TU Delft (inter)nationaal een belangrijke bijdrage aan wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, met name op het gebied van gezondheidszorg en energie.

 

 

KENGEGEVENS

NAAM

Sjef Peeraer

LEEFTIJD

38

TITEL

  1. en MBA

OPLEIDING

Werktuigbouwkunde, TU Delft (1996)

MBA, INSEAD, Fontainebleau, Frankrijk (2001)

FUNCTIE

oprichter en directeur Atoomstroom

eigenaar energie-innovatiebureau SP Innovation

 

 

(BEELDMATERIAAL)

 

(jh091106-peeraer1.jpg)

(jh091106-peeraer2.jpg – Hannie, wil jij deze uitsnijden als pasfotootje?)

 

 

(QUOTE)

 

‘Het is de ideale brandstof voor elektrische voertuigen’

 

‘Windturbines maken ons afhankelijk van Russisch gas’