Categorie archief: opiniestukken

De mislukking van de Energiewende is juist haar succes (Opinie, Het Financieele Dagblad, 26 september 2017)

Lees hier de PDF: HFD_20170926_0_009_019 (2)

 

Op 23 augustus kopte een artikel in het FD: ‘Energiewende is financiële en planologische ramp’. Misschien had er bij moeten staan: Maar politiek een enorm succes. En dat komt met name op het conto van Angela Merkel. De Energiewende is namelijk ook het laatste grote project van de DDR en Merkel begrijpt als (voormalig) Oost-Duitse als geen ander hoe de denkwereld in elkaar zit van de beweging achter deze energietransitie.

 

Die werd het nieuwe ideaal van de linkse beweging na de ineenstorting van het communisme. Voor 1990 speelde klimaatopwarming geen enkele rol in het publieke discours. Na 1990 heeft een aantal politiek dakloze communisten zich er vol overgave op gestort. In Nederland ontstond Groen Links uit de CPN, in Duitsland ontstond uit de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED) van de DDR de PDS en daaruit Die Linke terwijl de Groenen hun wortels hebben in de radicaal-linkse beweging uit West-Duitsland. Merkel heeft in drie achtereenvolgende Bondsdagverkiezingen deze linkse partijen steeds verder gemarginaliseerd. Als je een politieke tegenstander wil verslaan, moet je zijn grootste medestander worden. Ze heeft het linkse leerstuk van de ‘repressieve tolerantie’ op virtuoze wijze gebruikt om links zachtjes ‘kalt zu stellen’ en hoe je dat aanpakt heeft ze geleerd in de DDR waar immers alles politiek was.

 

Tijdens de deling van Duitsland onderhielden links ten westen en ten oosten van het IJzeren Gordijn een complexe symbiotische relatie: tegen kernenergie en tegen (Amerikaanse) kernwapens. Na de ineenstorting van het communisme was links gedesoriënteerd. In plaats dat het kapitalisme ten onder was gegaan aan ‘zijn eigen contradicties’ zoals de marxisten-leninisten altijd zeker hadden geweten, was dit gebeurd met hun eigen systeem.

 

De Energiewende belichaamt voor hen het idee dat het kapitalisme alsnog op zijn eind loopt. Ze moet bewijzen dat het kapitalistische systeem gebaseerd op fossiele energie een doodlopende weg is. Een gedoemd uitputtingssysteem. Het kapitalisme buit niet alleen mensen uit, maar de gehele aarde en zal dus onvermijdelijk instorten. Precies die dichotomie van vernietiging en ineenstorting aan de ene kant en wenkende utopie, loutering en zuiverheid, aan de andere kant, dat is wat duurzaamheidsadepten en marxisten bindt.

 

Maar dat ‘kapitalisten’ tot nu toe sociale en milieucrises hebben weten te bezweren – vaak net op tijd – komt doordat zij over de opportunistische souplesse beschikken om vijandig ideeëngoed tijdelijk te incorporeren. Voormalig VVD-coryfee Ed Nypels is hier een mooi voorbeeld van.

 

Links mist die ideologische bewegelijkheid en dat is precies waar Angela Merkel haar tactiek op heeft gebaseerd. ‘In mijn ogen is de energieheffing een vorm van planeconomie die we alleen maar kennen uit het socialisme’, zegt ondernemer Karl Tack in het FD-artikel. Hij slaat de spijker op zijn kop. Merkel weet als geen ander hoe een planeconomie faalt als idealisme verzandt in ideologische orthodoxie. Haar ouders besloten om in 1954 te verhuizen van Hamburg naar de DDR om het nazistische Duitsland achter zich te laten maar raakten al snel teleurgesteld in het reële socialisme dat de Muur nodig had.

 

Ze weet dat ook de Energiewende zal stranden op de realiteit, niet met een schok maar geleidelijk. Dit jaar wordt voor het eerst paal en perk gesteld aan de almaar oplopende kosten na zware kritiek van instanties zoals het Bundesrechnungshof (BRH) en de Expertenkommission für Forschung und Innovation (EFI) van de Bondsdag. Er komt een einde aan de vaste ‘feed in’-garantieprijzen voor groene stroom en de aanbieders moeten gaan concurreren.

 

De kosten komen volgens de werkgeversorganisatie Institut für Neue Soziale Marktwirtschaft (INSM) uit op zo’n 520 miljard euro. Maar milieuwinst blijft uit. Sinds 2012 brengt McKinsey Duitsland elk halfjaar de Energiewende-index uit op basis van data van onder meer het Umweltbundesamt. Daaruit blijkt dat er in 2016 een uitstoot was van 916 megaton CO2-equivalent terwijl de doelstelling 812 megaton was. De uitstoot is weer terug op het niveau van 2014. Volgens McKinsey faalt het project jaar op jaar in vele opzichten terwijl de kosten stijgen tot astronomische hoogte. Een beetje economische groei, een iets koudere winter en de vermindering van CO2-uitstoot is al weer teniet gedaan. Inderdaad een planeconomie.

 

Wat blijft is dat een communistische afluisterstaat met dertig miljoen inwoners en drie miljoen partijleden van wie er velen al of niet vrijwillige werkten voor de gevreesde Staats Sicherheits Dienst (Stasi) relatief probleemloos is opgelost in de Duitse samenleving. Dat mag wat kosten. En dat is te danken aan het tactisch opereren van Angela Merkel.

 

 

 

https://books.google.nl/books?id=-oQvAgAAQBAJ&lpg=PT181&ots=GnSsqx-jO5&dq=energiewende%20merkel%20baden%20w%C3%BCrttemberg%20groenen&hl=nl&pg=PT185#v=onepage&q=energiewende%20merkel%20baden%20w%C3%BCrttemberg%20groenen&f=false

Auto wordt mobot (Het Financieele Dagblad, 10 augustus 2017 – opinie)

 

 

Klik hier voor openen PDF van dit artikel

Klik hier om het artikel te zien in het FD

Deze week had in Duitsland, autoland bij uitstek, topoverleg plaats over sjoemelsoftware in dieselauto’s. De verbrandingsmotor ligt onder vuur. Volvo kondigde aan dat al zijn auto’s vanaf 2019 een elektrische motor hebben. Het was eerlijker geweest als het bedrijf had gezegd: geen auto’s meer met alleen maar een verbrandingsmotor omdat het hybrides meetelt. Groot Brittannië en Frankrijk willen de verkoop van auto’s met verbrandingsmotoren vanaf 2040 verbieden. Dat lijkt een naderende ramp voor de Duitse auto-industrie die juist in efficiënte diesels heeft geïnvesteerd. Maar het is de vraag of het zo’n vaart zal lopen.

Want met de doorbraak van de elektrische auto, na 130 jaar, als duurzaam alternatief voor de auto met verbrandingsmotor is iets vreemds aan de hand. Hij wordt gezien als innovatie maar de uitvinding van de Tesla-motor is even oud als die van de Otto- en de Dieselmotor. Hoe kan een uitvinding uit 1887 (Nicola Tesla’s borstelloze inductiewisselstroommotor) een uitvinding uit 1892 (Rudolf Diesels ontstekingsloze verbrandingsmotor) ouderwets doen lijken? Toegegeven: aan de Teslamotor is in die 130 jaar niet veel gesleuteld, wat iets zegt over de fenomenale brille van die uitvinding. De dieselmotor is dankzij grote onderzoeksinspanningen geëvolueerd van een lawaaiig, roet brakend onding in een relatief schone en stille motor dankzij steeds hogere inlaatdruk, directe inspuiting, roetfilters met naverbranding en door selectieve katalytische reductie van het giftige NOx in uitlaatgas tot elementair N2 (stikstof) met behulp van ureum.

Het milieuprobleem van elektrische auto’s zit hem niet in de verbranding van fossiele energiedragers (dat gebeurt dan in elektriciteitscentrales die vaak buiten de stad staan en hoge schoorstenen hebben) maar meer in de vele chemicaliën en zeldzame aardmetalen die er voor nodig zijn, allereerst koper en lithium voor de batterij. De baas van mijnbouwbedrijf Glencore, Ivan Glasenberg, verklaarde tegenover persbureau Bloomberg dat indien 95 procent van de wereldwijde autoverkopen in 2032 elektrische voertuigen betreft, de industrie jaarlijks twintig miljoen ton koper extra nodig heeft. Dat betekent een verdubbeling van het huidige gebruik. De behoefte aan kobalt zal dan ongeveer met een factor 5,5 groeien, een toename van 679.000 ton per jaar.

Wie een auto aanschaft verbruikt daarmee in een klap de energie die het heeft gekost om die auto te bouwen en die kun je terug rekenen naar aantal autokilometers. Voor een elektrische auto ligt die aanmerkelijk hoger dan voor een benzineauto die bijna volledig recycleerbaar is. Wie een Tesla Model S aanschaft, ‘veroorzaakt’ daarmee de uitstoot van 60.000 kilometers in een vergelijkbare benzineauto, volgens Rex Weyler, medeoprichter van Greenpeace International in een blogpost The Tesla Dream. Die energie zit hem in de mijnbouwinspanning en in het bouwen van lichtgewicht ultrasterke carbon carrosserieën die de loodzware batterij kunnen herbergen. De milieuvervuiling door het winnen van zeldzame aardmetalen in dagbouwmijnen in Chili en Bolivia (m.n. lithium voor lithium-ion batterijen) maar ook in Afrika (Congo) en China (Binnen-Mongolië) ten behoeve van allerlei elektrische apparaten en elektronica is enorm omdat de ertsen vaak zulke lage concentraties hebben dat de metaaloxiden er alleen met zuren uit kunnen worden vrijgemaakt, met name zoutzuur, zwavelzuur en salpeterzuur. Uit een uitvoerige metastudie van wetenschappers van Yale University uit 2013 blijkt dat de milieuwinst van elektrisch rijden nihil is zolang niet alle stroom die er voor nodig is zonder fossiele energie wordt opgewekt.

De elektrische auto gaat die met verbrandingsmotor dus niet volledig vervangen. Hij lijkt eerder een transitie in te luiden naar een autobezitloze toekomst, dat wil zeggen een stedelijke samenleving waarin een middenklasse personenauto niet langer een standaardonderdeel is van de sub urbane gezinsuitrusting. In de Verenigde Staten daalt het aantal jongeren in het bezit van een rijbewijs al enkele decennia.

De achilleshiel van de auto is niet zijn uitstoot maar zijn ruimtebeslag. In Manhattan is onlangs bij een luxe appartement een parkeerplaats verkocht voor anderhalf miljoen dollar. De auto ondervindt steeds meer ruimteconcurrentie van wat Richard Florida vijftien jaar geleden de Opkomst van de Creatieve Klasse noemde: gamestudio’s, appbouwers maar ook ambachtelijke maakbedrijven met 3D-printers die de binnensteden terugveroveren op de banken en grootwinkelbedrijven. Bij die horde jongeren voegt zich de oude garde van senioren die de stad opzoekt omdat daar tijdens de derde levenshelft (mantel-)zorg gemakkelijker valt te organiseren. Voor beide generaties geldt dat connectiviteit belangrijker is dan mobiliteit.

Onder invloed van robotica, het Internet of Things, heeft in de (binnen-)steden een ruimtelijke herordening plaats die wordt gekenmerkt door schaalverkleining en functievermenging van wonen, werken en recreëren. Deze nieuwe platformeconomie is demografisch en technologisch een contractie-economie waarin voor de auto geen plek meer is. Hij wordt op den duur een dienst en als hij zichzelf bestuurt, een mobot.

Brexit will make the UK a normal European country (Het Financieele Dagblad, june 19th, 2017)

 

HFD_20170619_0_009_018

The transfer of Dutch New Guinea to Indonesia enforced by the USA in 1962, marked the final farewell to our colonial past. The Netherlands would henceforth be a just small, normal, European country. However, that picked out as a huge, enormous, relief. In a way, in 1962 the USA liberated us for the second time. Meanwhile the Netherlands were through the explosive growth of the port of Rotterdam linked to the German Wirtschaftswunder and it was thanks to the efforts of the new queen Juliana that the Netherlands were also an initiator of the new European cooperation. That in particular has made our country thrive.

 

Great Britain, however, is still stuck in this colonial farewell phase as the reaction in the British tabloid press on the Spanish claim on Gibraltar in the light of brexit shows: let’s send the Royal Navy! Admittedly, the British world power after 1700 was much greater than that of the Dutch had ever been. This was because its hegemony from the second half of the eighteenth century coincided with the industrial revolution. With steam engines were on an unprecedented scale naval vessels and weapons produced, industrial cities built and railways and canals developed.

 

As a maritime world power and industrial power the UK has starting from the eighteenth century served as a geopolitical counterweight on the European continent. The British saw any too powerful continental power as a threat to their maritime hegemony. British ‘ perfidious ‘ diplomacy, so also knew De Gaulle, has perfected the play apart of European interests. Power politics in a hidden agenda: that is exactly the reflex that Theresa May now shows. The fundamental error she makes is to adress this twenty-first century brexitproblem with nineteenth century diplomatic means, such as threatening to withdraw the British intelligence services from European cooperation. The whole British political rhetoric suggests a EU being a sort of foreign power that conquered the UK with a bureaucratic occupational force. As if the British were not all that time part of that European decision making. In fact: the liberalized internal market as it emerged after 1990 has come about largely thanks to the British. The rules are these: In Europe you can’t conquer an exclusive position with diplomatic quibbles: there is seemingly endless negotiating until the mutual interests have become perfectly transparent and then finally parties find a compromise. This is not the weakness, but the strength of the European project.

 

The British did not out of conviction join the European project in 1973, such as Dutch did in 1950, but mainly to safeguard their interests. They have in addition to the EU ‘ their ‘ Commonwealth. Despite their Commonwealth and their seat on the Security Council, they are now finally on the point at which they are thrown back on their selves so much that they can redefine themselves only as a normal European country. The diplomacy role that the UK during three hundred years fulfilled as geopolitical counterweight within the European balance of power no longer exists since the accession of seven former Eastern bloc countries to the European Union in 2004, along with Malta and Cyprus, two former British Crown colonies, and Slovenia. And then also has the banking crisis of 2008 shed a different light on the role played by the City of London as a financial centre of the world economy. The social status of banks is heavily affected and it is not inconceivable that the block chain technology will make banks (and other service intermediaries) largely redundant. The UK has from the 1980s, heavily deployed on a pivotal role in the international money economy and has neglected its industry.

 

Despite the threat of these economic setbacks Great Britain believes it has to get rid of a meddlesome European Union which it joined in their right mind even after, on two occasions, it had been rejected by France. Where the UK should rid itself of is the illusion that there is still a British Empire. If it ever really wants to be part of the European Union again, or of Europe what so ever, then it must become a normal European country. European cooperation is especially a normalisation or standardisation process: compliance with a shared set of rules. Otherwise are also the former Eastern bloc States in such a standardisation process.

Germany and Japan were in the second world war defeated and experienced massive destruction but they were also freed from old elites who had taken hostage in these Nations an outdated self-image of superiority. And they rejoined the family of nations. Brexit brings the British in a way on a similar “Stunde Null”, as the devastated Germany experienced after the capitulation in 1945. Everything that once was, is no longer there. It is a moment of disillusionment, but also a hopeful new beginning.

 

Erwin van den Brink is a dutch journalist.

 

Met brexit begint de normalisatie van het Verenigd Koninkrijk in Europa (Het Financieele Dagblad, 19 juni 2017)

Zo staat het artikel in het FD:

HFD_20170619_0_009_018

Het artikel:

De gedwongen afstand van Nieuw-Guinea in 1962 markeerde het definitieve afscheid van ons koloniale verleden. Nederland zou voortaan een gewoon klein Europees land zijn en geen grote maritieme mogendheid. In 1948 was Indonesië onafhankelijk geworden en daarover was in de jaren daar aan voorafgaand steeds beweerd: Indië verloren, rampspoed geboren. Vandaar dat het Nederlandse gezag dacht na de Japanse capitulatie de draad gewoon weer te kunnen oppakken. De Wederopbouw suggereert dat ons land na de Tweede Wereldoorlog in puin lag, maar dat viel reuze mee. Het gevoel dat het wel zo was, kwam vooral door het afscheid van Nederlands Indië.

De Republiek was eigenlijk vanaf het begin van de achttiende eeuw al geen wereldmacht meer en het heeft ons dus al met al ruim 250 jaar gekost om aan dat idee te wennen en om na 1948 een nieuwe nationale identiteit te ontwikkelen. De Nieuw Guineakwestie was eigenlijk de laatste stuiptrekking van dat koloniale zelfbeeld en het mede door de Verenigde Staten afgedwongen afscheid er van pakte uit als een enorme opluchting. De relatie met de overzeese rijksdelen in de West was netjes geregeld in het Koninkrijks Statuut van 1953 en de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 verliep relatief probleemloos. De West heeft nooit die mythische betekenis gehad van de Oost, van Insulinde.

Eigenlijk zijn we in 1962 voor de tweede maal bevrijd, weliswaar wat tegenspartelend, door de Verenigde Staten. Onderwijl was Nederland via onder meer de explosieve groei van de Rotterdamse haven geparenteerd geraakt aan het Duitse Wirtschaftswunder en was het op aandringen van de nieuwe koningin een van de initiatiefnemers van de Europese samenwerking. Het heeft ons geen windeieren gelegd.

Groot Brittannië bevindt zich nog steeds in die koloniale afscheidsfase zoals de reactie in de Britse tabloidpers op de Spaanse claim op Gibraltar in het licht van Brexit toont: Laat de Royal Navy opstomen! Folklore mag wat kosten zoals de Britten hebben laten zien bij de herovering van de Falklands op Argentinië in 1982.

Toegegeven: Die Britse wereldmacht werd na 1700 veel groter dan die van ons ooit was geweest. Dat kwam doordat hun hegemonie vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw samenviel met de Industriële Revolutie die, letterlijk, immense hoeveelheden energie en arbeid ontketende en daarmee allerhande nieuwe technologie. Met stoommachines werden op ongekende schaal marineschepen en wapens geproduceerd, productie gemechaniseerd, spoorwegen en kanalen ontwikkeld, industriesteden gebouwd.

Als maritieme wereldmacht en industriële grootmacht hebben de Britten vanaf de achttiende eeuw gefungeerd als geopolitiek contragewicht op het Europese continent. De Britten zagen het al te machtig worden van een continentale mogendheid als een bedreiging van hun maritieme hegemonie. Britse ‘perfide’ diplomatie, wist ook De Gaulle, heeft het uit elkaar spelen van Europese belangen tot grote hoogte geperfectioneerd. Machtspolitiek in een verborgen agenda: dat is precies de reflex die Theresa May nu toont.

De fundamentele fout die zij maakt is dit eenentwintigste eeuwse probleem te lijf gaan met negentiende eeuwse diplomatieke middelen zoals dreigen met het terugtrekken van het Britse inlichtingennetwerk. De hele politieke retoriek suggereert dat de EU als een soort vreemde mogendheid met een bureaucratische bezettingsmacht het VK heeft veroverd. Alsof de Britten niet al die tijd onderdeel waren van die besluitvorming. Sterker: de hele geliberaliseerde interne markt is er na 1990 grotendeels dankzij hen gekomen.

Binnen Europa kun je niet met diplomatieke spitsvondigheden een exclusieve positie veroveren: er wordt net zolang onderhandeld tot de wederzijdse belangen volkomen transparant zijn en dan wordt een compromis gevonden.

De Britten zijn in 1973 niet uit overtuiging in het Europese project gestapt, zoals wij Nederlanders, maar om hun belangen veilig te stellen. Zij hebben naast de EU ‘hun’ Common Wealth. Ondanks hun Gemene Best en hun zetel in de Veiligheidsraad, zijn ze nu eindelijk op het punt beland waarop ze zozeer op zichzelf worden teruggeworpen dat ze zich alleen nog kunnen herdefiniëren als een normaal Europees land. De as Londen-Washington sinds de Koude Oorlog bestaat niet meer. De rol die het driehonderd jaar lang diplomatiek vervulde als geopolitiek contragewicht binnen de Europese machtsbalans bestaat niet meer sinds de toetreding van zeven voormalige Oostbloklanden tot de Europese Unie in 2004 (samen met Malta en Cyprus, twee voormalige Britse kroonkoloniën, en Slovenië – v.h. Joegoslavië). En dan heeft ook de bankencrisis van 2008 de rol die de City of London zich toe eigende als financieel centrum van de wereldeconome in een ander daglicht geplaatst.

Het maatschappelijk aanzien van banken is zwaar aangetast en het is niet ondenkbaar dat de block chain-technologie banken (en andere dienstverlenende intermediairs) grotendeels overbodig gaat maken. Het Verenigd Koninkrijk heeft vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw zwaar ingezet op een spilfunctie in de internationale geldeconomie en zijn industrie verwaarloosd.

Ondanks de dreiging van deze economische kaalslag meent Groot Brittannië zich te moeten bevrijden van een bemoeizuchtige Europese Unie waartoe het ooit bij zijn volle verstand toetrad na, nota bene tot tweemaal toe, door Frankrijk te zijn afgewezen. Waar het VK zich van moet bevrijden is de illusie dat er nog steeds een British Empire is.

Als het ooit echt onderdeel wil worden van de Europese Unie moet het een normaal Europees land worden. Europese samenwerking is vooral een normalisatieproces. Op andere wijze zitten ook de voormalige Oostblokstaten in zo’n normalisatieproces. Het VK lijdt in feite aan het ‘Hotel California-syndroom’: You can check out but you can never leave. Het is een illusie te menen dat met het verlaten van de EU een einde komt aan de ‘bemoeizucht van Brussel’. Het VK is geen schip dat het anker kan lichten en vertrekken.

Duitsland en Japan werden in de Tweede Wereldoorlog verslagen maar ze werden daarmee ook bevrijd van oude elites die deze naties hadden gegijzeld in een achterhaald zelfbeeld van superioriteit. Brexit brengt de Britten op een soortgelijk ‘Stunde Null’, als het verwoeste Duitsland ervoer na de capitulatie in 1945. Alles wat er eens was en dat altijd zo zou blijven, is er niet meer en nu moeten ze helemaal opnieuw beginnen. Het is een moment van ontluistering, maar ook van een hoopvol nieuw begin.

Brexit doet veel mensen beseffen dat Europa nog lang geen gelopen race is (FD, 2 januari 2017)

 

In Kinderen van de Arbat (1988) beschrijft Anatoli Rybakov hoe het communisme in de Sovjet Unie in de jaren dertig van de 20ste eeuw veranderde van een idealistische jeugdbeweging vol hoop en toekomstidealen in een gestold, orthodox en gesloten denksysteem en dus in een dictatuur. Gaandeweg verliezen ‘de kinderen’ — jongeren — in het boek hun illusies over een betere toekomst.

Joe Zammit Lucia trekt een parallel tussen de Sovjet Unie en de Europese Unie (FD 24 december 2016). Ook de EU ontstond als ideaal, om na de Tweede Wereldoorlog voor altijd de vrede te waarborgen. Het Europese enthousiasme werd toen gedeeld door brede lagen van de bevolking. ‘Europa’ is een uniek project, zonder enig historisch precedent. Soevereine landen besloten vrijwillig een deel van hun autonomie op te geven voor samenwerking. Het ontstaan van andere wereldmachten, ook de Verenigde Staten, ging gepaard met geweld. ‘Europa’ moest oorlog uitbannen.


 

Maar ook het Europese project is gaandeweg verstard tot een gesloten denksysteem waarin er maar een enkele weg vooruit is en dat is: Meer Europa. Het was ooit een breed gedragen beweging. Dat is het al lang niet meer. Dat is niet wat de stichters beoogden. Het verenigen van Europa zou een lang zoekproces zijn. Er was geen blauwdruk. De stichters, wisten dat ‘Europa’ verdiend moest worden bij de burgers.

De Europese besluitvorming bij unanimiteit leidde vaak tot cryptische compromissen zozeer dat tegen de tijd dat in de lidstaten het besef doordrong van de reikwijdte van die besluiten, de gevolgen er van al niet meer konden worden teruggedraaid. Dat ondermijnde het vertrouwen bij de burgers en als reactie daarop raakte de Brusselse bureaucratie steeds meer in zichzelf gekeerd.

Maar de vergelijking tussen de EU en de Sovjet Unie gaat op een aantal punten mank. De Sovjet Unie kwam tot stand door een staatsgreep van Lenin en was een ahistorisch en utopisch project. In de praktijk kwam Sovjetisering, de komst van de Nieuwe Mens, toch vooral neer op Russificatie — van bijvoorbeeld de Baltische staten. Het afschaffen van tradities kwam neer op vergeefse pogingen die uit te roeien, het meest notoir via de collectivisatie van de landbouw. Het Russische onkruid bleef opspringen uit de barsten in het Sovjetbeton dat na zeventig jaar verkruimelde.

De EU is nadrukkelijk gestart als een bescheiden project dat mogelijkheden aftast. Toen het onbestemde ideaal verstarde tot economische orthodoxie, staken de burgers daar per referendum een stokje voor. Een Europa dat slechts economische belangen dient, daar vatten burgers als het even tegen zit geen liefde voor op zoals voor hun vaderland. Dat is de fout van de eurocraten.

De brexit is hun falen, maar tegelijkertijd is deze crisis misschien juist Europa’s ‘finest hour’, een ‘blessing in disguise’. Het doet veel mensen beseffen dat Europa geen gelopen race is en dat het ook zomaar opeens klaar, over en uit kan zijn. Sindsdien heeft Europa weer aan populariteit gewonnen. De onverschilligheid van Londense hoogopgeleiden om niet ‘bremain’ te stemmen, omdat ze dachten dat het zo’n vaart niet loopt, is afgestraft. Onder het Europese beschavingsvernis gaan nog altijd oorlogsherinneringen schuil, die zomaar de kop opsteken zoals het anti-Duitse sentiment in Griekenland. Het kan allemaal kapot gaan.

 

Dat we ons kapot zijn geschrokken, dat is winst maar daarmee is Europa nog niet gered. De vorming van natiestaten vanaf het begin van de 19de eeuw behelsde vooral de vorming van een nationale identiteit, een gedeeld narratief. Dat aanwakkeren van een gevoel van saamhorigheid was vooral in handen van schrijvers, schilders en historici: de scheppende beroepen, de verhalenvertellers.

Van de drie kernwaarden van de Franse Revolutie heeft Europa vooral vrijheid en gelijkheid juridisch vormgegeven. Broederschap, dat gevoel van verbondenheid en gedeelde identiteit, daar is veel moeilijker de vinger op te leggen en dat is ook geen zaak van politiek en ambtenarij.

Europa, dat zich uitstrekt van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral en de Kaukasus, vanaf de Noordkaap tot aan de Middellandse Zee, wordt al meer dan 2000 jaar bijeengehouden door draden die de geschiedenis heeft geweven tussen landen en streken. Opvallend genoeg kunnen vooral Britse historici gepassioneerd schrijven over Europese geschiedenis.

Zulke verhalenvertellers kunnen helpen bij het vormgeven van dat onbestemde ideaal Europeaan te zijn. Maar verhalen vertellen in deze tijd van sociale media waarin iedereen kris kras door Europa reist, kan iedereen. Dus laten wij Kinderen van de Arbat worden.

Erwin van den Brink is publicist.

Hier het artikel uit het FD: Brexit doet veel mensen beseffen dat Europa nog lang geen gelopen race is _ Het Financieele Dagblad

De burnoutmillennial

 

Reactie op volgende artikel in NRC: Burnoutmillennialpage

De burnoutmillennial

Vroeger hadden mensen een vaste baan met vaste routines: Als je het zus en zo deed, dan was het in elk geval goed. Veel mensen deden zo hun hele werkzame leven min of meer ‘hetzelfde’ werk. Van negen tot vijf. Van maandag tot en met vrijdag. Met drie of vier weken vakantie in de zomer. Op basis van een opleiding en in het bezit van een diploma.
Tegenwoordig draait alles om flexibiliteit. We hebben het over innovatie en disruptie en singularity, multitasking. De technologische ontwikkelingen gaan zo snel dat veel opleidingen geen vaststaand curriculum meer hebben. Soms weten studenten meer dan docenten, die alleen nog ‘coachen’. Mensen moeten voortdurend bereidheid tot verandering hebben. Een ‘leven lang leren’, en zo.
Maar misschien dat wij mensen daar evolutionair helemaal niet zo geschikt voor zijn. We hebben niet alleen een hersenschors voor creativiteit en andere hogere functies, maar ook een hersenstam en z.g. kleine hersenen (vlg. Dr. Paul MacLean, hoofd van het Laboratorium voor Hersenevolutie en Gedrag bij het National Institute of Mental Health in Washington) waarin enkele vroeg-evolutionaire, basale reflexen, instincten, zetelen: ons z.g. reptielenbrein. Dat zorgt voor o.m. angst en agressie. Daar geldt: Verandering = onraad, gevaar. Mensen zijn overwegend en in grote meerderheid conservatief. Ontdekkers, en ontdekkingsreizigers, dat waren altijd de uitzonderingen. De thuisblijvers hielden de samenleving draaiend.

Als verandering ‘normaal’ wordt, moet je voortdurend op je hoede zijn. Dat is waarom beesten die niet in de top van de voedselpyramide staan, vaak een hol of burcht hebben om zich in terug te trekken, of in kuddes leven: Daar heerst veiligheid. Daar komt ook het woord ‘burger’, ‘burgerij’ en ‘burgerlijk’ vandaan. De burger is behoudend en dat is niet per se een slechte eigenschap. Situaties waarin mensen massaal achter een leider of revolutionaire voorhoede op pad gingen naar een lonkend perspectief, hebben vaker geleid tot rampen dan tot een blijvend betere samenleving. De kat uit de boom kijken, dus.

Maar in de zo gevierde nieuwe, creatieve en flexibele economie kan dat niet. Daarin moet je minimaal ‘early adapter’ zijn. Deze economie biedt ongekende individuele ontplooiingskansen maar kent onduidelijke verwachtingspatronen. Dat speelt vooral in de creatieve beroepen die terrein winnen in de nieuwe economie, waar routineuze cognitieve taken steeds meer geautomatiseerd, gerobotiseerd, worden.

Zoals deze jonge schrijfster weet: behaald succes biedt geen garantie voor de toekomst. Zelf weet ik als creatieve beroepsbeoefenaar dat de rust van ervaring pas ontstaat in de loop der jaren als het aantal successen gestaag groeit ten opzichte van het aantal mislukkingen.

Knok eens voor Europa, Mark, en leg het niet bij de burgers neer

Was dit niet die man die over Europa zei ‘dat we geen behoefte hebben aan ideologische vergezichten’? Natuurlijk moet een politicus OOK naar de burgers luisteren, maar wat hij eerst en bovenal moet doen is ZELF een idee hebben welke kant het op moet. Het politieke discours is een beetje verworden tot een soort Marktplaats voor opportunisten: goed kijken hoe de wind waait, hoe de hazen lopen en daar dan achteraan.
Wat iedereen zo wat vergeten is, is dat het idee van de Europese Unie is ontstaan uit twee oorlogen die op dit continent ontstonden, die de hele wereld in brand zetten en die tientallen miljoenen mensen het leven hebben gekost. Wat de EU een uniek project zonder enig historisch precedent maakt, is dat soevereine staten zich op vrijwillige basis hebben verenigd. En dat er een opt out is: zie de Brexit. Europeanen houden elkaar niet onder de militaire knoet zoals gebruikelijk was in de Sovjet Unie en zoals in China, dat Tibet annexeerde.
Wij zijn geen vazalstaten van ‘Brussel’. Het Europese project heeft wel veel te veel een eigen momentum gekregen, een eigen logica, een elitisme, waardoor het vervreemd is geraakt van ‘de burgers’. Er zijn grote sociale hiaten in ontstaan. Daar moet je dan volgens mij wat aan doen, in plaats van het kind met het badwater weg te gooien via referenda. Dat begint met een inspirerend verhaal: Europa is geen Brusselse fictie. Tachtig procent van het internationale toerisme heeft Europa als bestemming. Europa is het grootste culturele themapark ter wereld en staat als zodanig op het netvlies van elke Aziaat en Amerikaan. Nergens vind je zoveel historische steden op zo’n korte afstand van elkaar, verbonden door zulke frequente en comfortabele spoor- en vliegverbindingen.
De opmerking van Rutte herinnerde mij aan een rede die socioloog Gabriel van den Brink (geen familie van mij) in 2012 hield voor de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en waarin hij de vinger op de zere plek legt. Als politici, die een voorbeeld voor ons zijn, niet bereid zijn te knokken voor Europa, kijk dan ook niet vreemd op als de burgers afhaken in tijden van onzekerheid. Het verval van Europa is niet te wijten aan populisme van onderop, de rot begint aan de top, bij de politieke elite. Dus doe daar wat aan Mark, kom eens met een goed verhaal. Begin maar met de rede van Gabriel van den Brink. Hier staat-ie: http://tinyurl.com/hxrc2ve

Over Facebook, fakenews en factchecking: Blijf altijd zelf nadenken als je wat leest

 

 

Anant Goel, Nabanita De, Qinglin Chen and Mark Craft at Princeton’s hackathon (Anant Goel)
Anant Goel, Nabanita De, Qinglin Chen and Mark Craft at Princeton’s hackathon (Anant Goel)

 

 

 

Uit: The Washington Post:     http://tinyurl.com/gppfr87

 

Okee, factchecking. Nepnieuws op Facebook is een reel probleem. Is dat een feit of een kwalificatie? (Dat het een probleem is, dus).
Hoezo probleem? In welke zin? Voor wie dan? Het stuk staat in de Washington Post, een krant die zich achter Hillary Clinton schaarde. Was het ook een probleem geweest als Clinton had gewonnen? Hadden de Democraten niet een veel grotere kans gehad om te winnen als zij in plaats van Clinton een andere kandidaat hadden gekozen? (De New Yorkse senator Kirsten Gillibrand bijvoorbeeld, die ook vloeiend Mandarijn spreekt – handig voor de contacten met China – of Bernie Sanders, de kandidaat van de millennials van wie velen nu thuisbleven wat bijdroeg aan de Democratische nederlaag.) ‘It’s my turn’, die Miss Piggystrategie werkt niet, hebben we geleerd van The Muppet Show en dat is de Democraten lelijk opgebroken.
Dus, kom op! De democraten hebben de nederlaag volledig aan zichzelf te wijten en niet aan de rechtse politieke porno op Facebook. (Porno? Is ook Fake).
En: What’s new? Feiten verdraaien omdat mensen graag geloven in pseudofeiten die hun wereldbeeld bevestigen is van alle tijden, van alle geloven en overtuigingen. Ooit de film Citizen Kane gezien, van Orson Welles? Gaat over de roddelpers, de sensatiekranten. En hoe je daar politiek mee bedrijft. Wat is roddel? Dan heb je iets via-via en dan denk je: waar rook is, is vuur. Wat is erger: de half fictie van de roddel, de feiten manipulatie, of de totale fictie van de absolute waarheid: De krant van de Communistische Partij heette – in elk land – De Waarheid en daarmee hielden de communisten de Werkelijkheid net zo lang buiten de deur totdat hun hele systeem ineen stortte. Wie denkt dat iets volledig waar is, vervreemdt zich van de werkelijkheid.

En nu gaan deze vier kinderen ons leren hoe je feiten van fictie onderscheidt. Ik hou mijn hart vast. Dus we gaan ons eigen kritisch denken delegeren aan een algoritme. Dat is Digitaal Communisme.

Ik geloof (sic!) niet in dit soort Artificial Intelligence. Wie uit zijn door Google en Facebook gecreerde informatie-bubble wil worden bevrijd, zal zelf aan de slag moeten. Door kritisch na te denken. Dat begint met: neem niets voetstoots voor waar aan. Zoek naar de bron, vergewis je van de data waar die zich op baseert; word je bewust van je eigen politieke voorkeuren die al bepalen hoe je feiten weegt en wees bereid je eigen opvattingen op de pijnbank te leggen.

https://devpost.com/software/fib

Dit is waarom Donald Trump de verkiezingen won (blog zondag 6 november, drie dagen voor de uitslag)

Niet dat ik de uitslag durfde te ‘voorspellen’, als weer iets duidelijk is geworden is dat voorspellen moeilijk is, vooral als het om de toekomst gaat, zelf als die maar drie dagen in het vooruitzicht ligt.  Maar mijn voorgevoel ‘klopte’ wel.

De zelfrijdende vrachtwagen is een wonder van de vooruitgang, en die moet je niet tegen willen houden. Alleen wat die protagonisten van technologie nooit willen zien, is dat het – in elk geval in aanvang – leidt tot een enorme vernietiging  van banen aan de onderkant van de inkomenspyramide.

Facebookpost van 6 november 2016Tekst van de post:

Dat ‘innovatie’-mantra horen we nu al zo’n twintig jaar, samen met dat gedweep van allerlei politici en goeroes met high tech, fintech, duurzaamheid – weg met die ‘vieze’ industrie dus, etc.,etc. Het begon met Michael Porter. Maar onthoud een ding: innovaties, transities (ook zo’n geliefd modewoord) doen (voordat ze ooit werk scheppen) eerst vooral een enkel ding: ze vernietigen banen aan de onderkant van de inkomenspyramide. En het is ontzettend moeilijk om met ‘beleid’ nieuwe banen te creeren. Dus ik begrijp het enorme wantrouwen in die kringen waar de klappen zijn gevallen (Limburg, Noordoost Groningen, Wallonie, het Ruhrgebied, de Britse Midlands, de Amerikaanse Rustbelt) tegen politici die beloven dat ze er wat aan zullen doen.
Toen ik dit verhaal in de Washington Post zag, moest ik denken aan de Van der Leegte Groep (VDL) een industrieel conglomeraat met inmiddels 13.000 werknemers in zuid-Nederland dat de belofte inlost die de regering ooit deed met het sluiten van de kolenmijnen in de jaren zestig van de vorige eeuw. Zie hier de zelfrijdende truck. Vrachtwagenchauffeur, dat is net als mijnwerker ook zo’n beroep dat gaat verdwijnen. Avond-HTS-er Wim van der Leegte, die vorige week officieel afscheid nam als president-directeur van VDL, heeft meer voor elkaar gekregen dan welke bestuurder dan ook sinds de mijnsluitingen in de jaren 1960. Zie bedrijfsfilm: https://youtu.be/AOSGL5AZZuY Technisch productiewerk op middelbaar opleidingsniveau, tussen robots en hightech. Maar zolang duurt het dus wel, voordat de samenleving zich enigszins heeft hersteld van de ellende van een ‘innovatie’ en ‘transitie’: ongeveer mijn mensenleven tot nu toe.
We moeten vooruit, maar wie vooruit dendert zonder ooit achterom te kijken naar de schade die ontstaat in de levens van de achterblijvers, die wordt vroeger of later ingehaald door een electorale Doomsdaymachine die een Brexit veroorzaakt of – nog erger – wellicht een man als Donald Trump aan de macht brengt. Ik hoop het niet maar als het gebeurt snap ik wel waarom.
Ik zou zeggen: Wim for president!

Het betreffende artikel uit de Washington Post: the-government-failed-u-s-workers-on-global-trade-it-must-do-better-on-technology

Uitgeven is een vak dat de meeste merken niet verstaan – en dat is niet erg

blog-cosmeticaVolgens marketingmanager Hugo van den Berk van het Eindhovense Catharinaziekenhuis is elke organisatie tegenwoordig ook een mediabedrijf, ‘of de organisatie dat nu wil of niet’, aldus Van den Berk op de site Marketingonline. ‘Je moet denken als een uitgever.’ Op 29 september sprak hij tijdens het Contentmarketing & Storytelling Event in Amsterdam.

Allereerst dringt zich de vraag op: waarom moet een ziekenhuis in vredesnaam opeens ook uitgever zijn en verhalen gaan vertellen? Laat ziekenhuizen mensen beter maken: dat is al moeilijk genoeg. Een dagje achter de schermen kijken van een bedrijf of instelling kan interessant zijn, maar elke dag (want dat is uitgeven) gaat snel vervelen.

Daarom denken een uitgever en zijn redacteuren thematisch. Het leuke is dat het dan niet alleen hoeft te gaan over het Catharinaziekenhuis waar zelden iets opzienbarends gebeurt. Je kunt, als het jouw publiek interesseert, ook gaan kijken in een academisch ziekenhuis en als de interesse nog breder, ‘wetenschap’, blijkt te zijn, kun je het ook eens hebben over, noem maar een dwarsstraat, ‘de expeditie naar Mars’. Zolang het maar binnen de interessesfeer van je publiek ligt, en die ken je. Dat is namelijk uitgeven.

Er begon een meisje te vloggen over cosmetica en dat sloeg aan. Dus nu willen L’Oreal en Chanel en hoe ze allemaal heten, zelf ook online storytellen. Elk individu dus ook elk bedrijf kan nu zelf publiceren buiten oude kanalen zoals televisie en print om en heeft een in beginsel ongelimiteerd bereik.

Dat is mooi, die bevrijding uit de kluisters van de oude media waar de meeste persberichten in de prullenmand belanden. Maar als iedereen maar raak publiceert dan krijg je een geweldige kakafonie en om boven dat lawaai uit te komen moet je een buitengewoon uitzonderlijk verhaal verzinnen wat moeilijk is als je, bijvoorbeeld, een potlodenfabriek bent. Merken zijn meestal niet zo heel interessant

Maar gelukkig is communicatie geen onvermijdelijkheid. Het is een keuze. Je kunt het ook niet doen. Wie een kerkklok nodig heeft, waar ook ter wereld, komt vrijwel altijd uit bij de Koninklijke Eijsbouts in Asten. In Asten kennen ze hun pappenheimers. Daar hebben ze echt geen uitgever voor nodig.

Wie daarentegen een vliegreis gaat maken heeft keuze te over. Dus hoe zorgen ze er bij de KLM voor dat u juist hen kiest? Social media en recensie- en vergelijkingsplatforms maken de kwaliteit van dienstverlening transparant. Elke klant is een mystery guest die je reputatie kan breken. Merken ontlopen elkaar qua prijs-kwaliteitverhouding steeds minder, vooral daar waar concurrenten elkaar op de hielen zitten.

Daarom willen veel bedrijven tegenwoordig vooral aardig gevonden worden. Het wordt steeds meer het doorslaggevende argument bij de keuze van de klant. Vandaar het snel groeiende belang van het ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen.’

In het KLM magazine Holland Herald kwam ik enkele jaren geleden een verhaal tegen dat goed illustreert hoe dit werkt. Een aantal KLM’ers was actief betrokken bij het opknappen en vervoeren van gebruikte fietsen naar Kenia waar ze onder meer werden verstrekt aan verpleegkundigen zodat die gemakkelijker afgelegen dorpen kunnen bereiken. Tussen alle tamelijk obligate verhalen over reizen en steden en de onvermijdelijke peptalk van de ceo viel dit artikel op omdat empathie nu eenmaal een heel krachtig communicatiemiddel is.

Maar daarbij ligt het verwijt van opportunisme voortdurend op de loer. Nu Apple publicitair tegenwind heeft, door onder meer het verwijt van belastingontduiking, en nu de fanbase erodeert doordat concurrenten net zulke mooie gebruiksvriendelijke producten maken, moet opeens de het woord ‘store’ uit de Applewinkels verdwijnen en moeten het ‘fora’ worden voor community-initiatieven. Hoe oprecht is dat?

Het lukt maar weinig merken in alle oprechtheid een verhaal te omarmen dat groter is dan zijzelf en om dat waarachtig over het voetlicht te brengen, dus niet als een meelift- en excuusthema, zoals duurzaamheid en mensenrechten inmiddels zijn.

Filantropie, engagement, belangeloosheid, het zijn de laatste golflengten waarop merken als ‘uitgever’ neutraal met hun omgeving kunnen communiceren, namelijk over zaken die belangwekkender zijn dan zijzelf, maar waarvoor tegelijkertijd geldt: als je er al te opzichtig mee te koop loopt is het geen filantropie meer, maar gewoon weer ouderwetse reclame. Waar overigens niets mis mee is.

Erwin van den Brink is communicatieadviseur en schrijft over technologie en innovatie.