Het Grote Verhaal – omroepen en kranten missen een roeping

CITIZEN KANE, Orson Welles, 1941, astride stacks of newspaper
CITIZEN KANE, Orson Welles, 1941, astride stacks of newspaper

 

 

Deze column verscheen op 26 juni op Nederlands Media Netwerk Klik hier

Als je in 2008 een brandbrief schrijft en in 2015 weer eentje waar hetzelfde in staat, dan doe je iets niet goed. De hoofdredacteuren en andere prominente vertegenwoordigers van de gedrukte media schrijven in een brief aan  staatssecretaris Dekker van Onderwijs Cultuur en Wetenschap over het NPO Concessieplan en de aanstaande wijziging in de Mediawet dat de publieke omroepen de gedrukte media oneerlijke concurrentie aandoen. Dat is omdat zij wel – en de gedrukte media niet – met belastinggeld kunnen spelen op het internet en zij dus zo met hun digitale platforms marktleider zijn in de strijd om de gunst  van het publiek.

Een cijfermatige onderbouwing van die stelling ontbreekt overigens. Natuurlijk gebruiken de publieke omroepen belastinggeld om leuke dingen te doen online en zelfs ook in print en is dat niet eerlijk maar ook als die oneerlijkheid niet zou bestaan zou de schrijvende  pers in crisis verkeren.

De crisis in de omroepwereld doet niet onder voor die bij de kranten en bladen.  Allereerst is het een klerezooi aan merken  van netten en wat nog doorgaat voor omroepvereniging. Conceptueel is het onlinegebeuren bij de omroep zo plat als een dubbeltje: Wie zijn we en wat doen we, voor als u het nog niet wist. En als het nou gaat om achtergronden bij het nieuws en opinie, het domein van de kranten en bladen, dan is de hele omroepwereld online werkelijk zo dood als een pier. Er valt werkelijk geen ene reet te beleven.  Het heeft een hoog ‘uitzending gemist’-gehalte. De mensen die nog een uitzending ‘missen’ en zich dus kennelijk normaliter door het omroepprogramma laten commanderen, dat zijn zo onder hand toch wel zeventigplussers. Dat is het tragische anachronisme van televisie: Het gehannes met die afstandsbediening  van digitale televisie. Zo ongelofelijk jaren tachtig, qua design en ergonomie. Vastklampend aan het idee van televisiekanalen. Dat dit gebeuren aan het ver-internetten is door Netflix en dat dit het ‘kabelmodel’ uitholt, hebben ze bij KPN allang in de gaten en daarom willen ook zij in distributie van content gaan zitten. ‘Wordt het voormalige staatsbedrijf der telefonie nu omroep’, vroeg een radioverslaggever plagerig aan KPN-baas Eelco Blok.

De crisis in zowel de printwereld als de audiovisuele wereld is existentieel en was al langer gaande: De disruptive technology van de onlinewereld heeft die alleen maar manifest gemaakt. Die crisis is dat er door eigen toedoen geen raison d’être meer is voor kranten en omroepen. Ze bestaan omdat, tja, ze nog bestaan. Bereik is een doel op zichzelf geworden en niet een middel voor het bereiken van een achterliggende doelstelling.

Vroeger was dat doel de emancipatie van de eigen ‘zuil’; politieke belangenbehartiging en lotsverbetering voor de achterban. Er was een protestantse, katholieke, socialistische en een liberale zuil. Elke zuil had zowel een omroep als een krant, een spreekbuis. Die oude ideologieën zijn als maatschappelijk middenveld de afgelopen vijftig jaar opgelost in een moderne, seculiere samenleving maar in de mediawereld vormen ze in bestuurlijke zin nog steeds een rudimentair houvast. Een geraamte zonder lichaam. Lees de statuten van diverse omroepverenigingen eens en je waant je in de jaren vijftig van de vorige eeuw. De schaarse ruimte in de ether, het gebrek aan bandbreedte in technologische zin, rechtvaardigde ‘zendmachtigingen‘, een verkaveling langs  politieke lijnen waarbij een onpartijdige staatsomroep het sluitstuk was.

Die schaarste bestaat niet meer. Er is een ongehoorde kakafonie ontstaan in de ‘Eindeloze Ether’ online, die de oude media overstemt. Bovendien zijn bij de oude media voor de afgekalfde overtuigingen zijn geen nieuwe ideeën in de plaats gekomen en dan ontstaat vanzelf  ‘marktwerking’. Het ergst heeft die huisgehouden in de politiek zelf. We zitten nu opgezadeld met een politieke kaste die vooral goed naar ons luistert in plaats dat zij ons op sleeptouw neemt, ons voor gaat. Ook de media zijn ‘het grote verhaal’ kwijt. De gelijknamige rubriek in de nationale kwaliteitskrant NRC-Handelsblad is werkelijk zo stuitend obligaat dat NRC inderdaad de thermometer van de tijdgeest is.  Dat ze die rubriek zo hebben genoemd bewijst dat ze weten waar ze naar op zoek zijn. Ze hebben het alleen nog niet gevonden. Daarom zijn NRC, de Volkskrant , Trouw  en het Finanieele Dagblad inwisselbaar. Ze maken zelfs gebruik van dezelfde journalistencarroussel.

Dagbladen puilen uit van de lifestyle en design prietpraat en schurken zich aan tegen de Bekende Nederlander van de dag. Merkwaardig genoeg was het juist De Telegraaf onder hoofdredacteur Sjuul Paradijs die een scherp activistisch profiel koos maar ook hij heeft de slag met de marketingstrategen verloren.

Daarom valt zozeer de moed te prijzen van journalistieke online-initiatieven zoals TPO en De Correspondent maar ook van Blendle. Vice is een mooi Amerikaans initiatief op televisiegebied. Maar het is allemaal aftasten. De Nederlandse omroepwereld is nog lang zover niet. Omroepen hier zijn verwaterd tot een soort special interest kanalen: de Avrotros voor cultuur (maar pas op! Je hebt ook nog de AVRO), de KRO voor misdaadseries, de BNNVARA voor wetenschap, kennis. Ze doen het er allemaal een beetje bij.

Om al dat gelul over verdienmodellen voor te zijn: Waar zowel de omroepen als de schrijvende pers van oudsher goed in zijn geweest is mensen verenigen op basis van gedeelde belangen, interesses en idealen.  Ze brachten een beweging op gang.  Zij verbonden mensen.

De ene keer is het de Libelledag en de andere keer de EO-Jongerendag.  Hoe het ook zij, als je tienduizenden mensen weet op te trommelen om een dag ergens samen wat te doen, dan ben je een flinke stap verder dan een webcommunity met ‘likes’. Dat tafelzilver ligt bij de oude media nog ergens in een stoffige la en misschien moet men dat eens oppoetsen. In de onlinewereld hebben nieuwe initiatieven de mond vol over ‘storytelling’ maar wie daar eens een beetje rond kijkt  wordt het al snel gewaar dat ze werkelijk geen fucking idee hebben hoe je dat doet. Het modieuze hameren op het belang van content verbergt slechts dat het ze ontbreekt het aan inhoud.

In plaats van te zwartenpieten over oneerlijke concurrentie, wat ze nu al acht jaar doen, kunnen de print- en de televisiewereld beter de handen ineen slaan om weer te gaan doen waar ze allebei ooit goed in waren: Mensen samenbrengen op gedeeld gedachtengoed. Het Grote Verhaal, zogezegd.