Koester de luis in de pels, de dissident (NWT 7/8 2005)

 

AUTEURS ─ Russisch ─ Sacharov, Andrej ☺ Voorplat Mijn Leven 001

 

2005 7/8

 

Koester de luis in de pels

 

Erwin van den Brink, hoofdredacteur, evdbrink@vug.nl

 

Goede wetenschap is een gevecht tegen de gevestigde orde, tegen conformisme en tegen bestaande denkbeelden. Zulke gevechten worden nog maar weinig gevoerd. Tot de twintigste eeuw waren wetenschappers, net als kunstenaars, vaak bohémiens die al of niet met hulp van een mecenas hun denkbeelden najoegen. Einstein was zo’n beetje de laatste van dit type. Lees de biografieën uit onze Wetenschappelijke Bibliotheek en u begrijpt wat ik bedoel. Kurt Gödel, Louis Pasteur, Charles Darwin, Pierre en Marie Curie, levens vol drama en tragiek.

Sindsdien is onderzoek steeds meer ver-institutionaliseerd, wat sluipenderwijs de academische vrijheid heeft aangetast. Ik waag te betwijfelen of het hedendaagse gevecht met de subsidiebureaucraten boeiend proza gaat opleveren voor de biografieën van toekomstige Nobelprijswinnaars. Hoewel al die (semi-)overheidsapparaten zeggen te bestaan om het allerbeste, origineelste onderzoek mogelijk te maken, versterken zij alleen maar de status quo. De bedreiging van de wetenschappelijke vrijheid komt dus uit de academische wereld zelf en niet vanuit de politiek. De reactie van het wetenschappelijke establishment op het idee van minister Van der Hoeven om eens een debat te beginnen over ‘intelligent design’ is typerend: direct hoog van de toren, de hakken in het zand.

Wie het establishment tart komt niet alleen aan reputaties maar ook aan portemonnees. Het kan dan slecht met je aflopen. Neem Halton Arp (zie het interview op pagina 34), die als assistent van de beroemde sterrenkundige Edwin Hubble een glanzende toekomst voor zich had totdat hij vraagtekens begon te plaatsen bij de heersende opvatting over het ontstaan van het heelal, de oerknaltheorie. Arp zocht wetenschappelijk asiel in Duitsland, nadat hij in de Verenigde Staten geen toegang meer kreeg tot onderzoeksfaciliteiten.

Iedereen zou het moeten toejuichen dat heersende opvattingen ter discussie worden gesteld. In een gezond wetenschapsklimaat is de falsificatie van een theorie niet de diskwalificatie van de opstellers. Hun bijdragen aan de dialectiek blijven belangrijk.

Toch is zo’n stap terug voor de meeste eminenten een te groot offer, en zoeken ze hun toevlucht tot slinkse streken om hun tegenstanders in diskrediet te brengen.

Ook de ‘klimaatpaus’ Michael Mann, die op alle mogelijke manieren probeerde te verhinderen dat de kritiek op zijn werk van de Canadese onderzoekers McIntyre en Mckitrick gepubliceerd werd, illustreerde dit. Daarover heeft u in ons februari-nummer alles kunnen lezen.

Onderzoekers die willen publiceren, houden rekening met de opvattingen van degenen die hun artikel zullen beoordelen. In feite is dat een vorm van censuur. Zolang wetenschappelijke tijdschriften weigeren zich te verdiepen in de partijdigheid en de foute connecties van peer reviewers, kortom in de incestueusheid van het systeem, zal dat niet veranderen.

Daarom blijven wij als wetenschapsjournalistiek blad op zoek naar luizen in de academische pels. Randell Mills is er zeker zo een. Hij beweert een methode te hebben ontdekt om uit waterstof honderden malen zoveel energie te halen als bij gewone verbranding vrijkomt (zie pagina 22). Als hij gelijk krijgt, kan de hele kwantummechanica – tachtig jaar natuurkunde – de prullenbak in.

Met de hype rond de koude kernfusie nog vers in het geheugen, zijn onderzoekers terecht zeer sceptisch over zulke claims. Het verschil is echter, dat Mills’experimenten wél gereproduceerd zijn, onder andere aan de technische universiteit Eindhoven. De realiteit van het huidige wetenschapsbedrijf is dan weer, dat de onderzoekers in kwestie zeer huiverig waren om hiermee naar buiten te treden. Het wachten is nu op vervolgexperimenten, die met name zouden moeten aantonen of er inderdaad netto energie vrijkomt.

De kans dat Mills daarmee de hele kwantummechanica bij het oud vuil zet lijkt me overigens buitengewoon klein, maar dat dacht men vooraf over alle baanbrekende ontdekkingen. Het is in elk geval een meeslepend verhaal.